Het vergaat de Lelylijn al net zo als zijn voorganger, de Zuiderzeelijn | column Pieter de Groot
In dit artikel:
Klaas Knot heeft berekend hoe de omstreden Lelylijn betaalbaar zou kunnen worden: als het Rijk jaarlijks 400 miljoen euro opzij zet en het Noorden (drie noordelijke provincies, betrokken gemeenten en waterschappen) jaarlijks 40 miljoen bijdraagt, ontstaat volgens hem een haalbaar pad naar financiering. Met de huidige raming van circa 14,5 miljard euro geldt dat zodra ongeveer 75 procent van de kosten zeker is, met de bouw begonnen kan worden; bij een soepel verloop zou de spoorverbinding er rond 2050 kunnen liggen. René Paas, commissaris van de koning in Groningen en voorzitter van de Stuurgroep Lelylijn, signaleert bereidheid tot bijdragen, maar de precieze verdeling van de lokale 40 miljoen moet nog worden afgesproken.
Het stuk plaatst deze nieuwe berekening in een lange geschiedenis van spoorplannen voor het noorden, met name de vroegere Zuiderzeelijn die decennialang Nederlands politieke en publieke debat beheerst heeft. Sinds de jaren zeventig zijn er herhaalde pogingen, optimistische voorspellingen en teleurstellingen geweest: burgemeesters en voorzitters meenden destijds dat zo’n lijn onrendabel of onhaalbaar was; ministers streepten plannen door; andere politici stelden weer nieuwe ambitieuze termijnen voor. Ideeën varieerden van conventionele spoorlijnen tot magneetzweeftreinen en vertakkingen naar Duitsland. Uiteindelijk werd in 2006 een eerdere variant definitief afgewezen, waarna pleitbezorgers het project nieuw leven inbliezen onder de naam Lelylijn.
De auteur blijft sceptisch over de politieke betrouwbaarheid van langjarig sparen: coalities kunnen prioriteiten verschuiven en eerder zijn al gereserveerde middelen (onder meer voor de Nedersaksenlijn) herschikt. De conclusie is tweerichtings: er bestaat nu een concreet verdienmodel om de Lelylijn te realiseren, maar politieke wispelturigheid en budgettaire verschuivingen maken het traject fragiel — en er moet ook worden afgewogen of het nastreven van zo’n groots project de kwetsbare noordelijke landschappen waard is.