Het uiterst beweeglijk kunstenaarschapvan Anne Marie Blaupot ten Cate

zaterdag, 14 maart 2026 (19:00) - Friesch Dagblad

In dit artikel:

Toen Han Steenbruggen in het voorjaar van 2008 als directeur bij Museum Belvédère begon, ontdekte hij in de collectie een schilderij uit 1927 van Anne Marie Blaupot ten Cate dat hij niet wilde laten verdwijnen. Blaupot ten Cate, geboren in de voormalige gemeente Haskerland, opgegroeid in Arnhem en opgeleid in Parijs, verscheen al in Paul Citroens Palet (1931) en maakte reizen naar onder meer Spanje, Marokko en Nederlands‑Indië. Haar werk kwam daardoor verspreid terecht in particuliere en museale collecties, wat later het samenbrengen ervan lastig maakte.

Het schilderij Twee vrouwen uit haar Parijse jaren getuigt van invloeden van André Lothe en kubistische vlakverdeling, maar onderscheidt zich door een zachte, subtiele toonzetting: versluierde kleuren, ritmische herhaling van gelaatstrekken en donkere accenten die melancholie en tederheid oproepen. Conservator Susan van den Berg bracht een fragiel zelfportret van Blaupot ten Cate onder de aandacht dat ze in het depot van Museum Boijmans van Beuningen had gezien; dat werk was het startpunt van een tentoonstellingstraject. De voorbereidingen stokten echter na Van den Bergs plotselinge overlijden in 2023.

Een jaar later pakte onderzoekster Hanneke Boonstra het thema op. Haar gedegen speurwerk en het traceren van cruciale werken maakten het mogelijk alsnog een kleine overzichtstentoonstelling samen te stellen. Hoewel het overzicht beperkt is — veel werk bevindt zich buiten bereik — toont de presentatie een beweeglijk en onderzoekend kunstenaarschap. Blaupot ten Cate experimenteerde in de tweede helft van de twintigste eeuw met technieken en stijlen; soms leidde die gretigheid tot wisselende eindresultaten, maar waar ze rust nam ontstonden doordachte doeken waarin het verlangen naar harmonie en tederheid duidelijk blijft.

De expositie ‘Anne Marie Blaupot ten Cate – Een klein overzicht’ is tot en met 7 juni 2026 te zien in Museum Belvédère. Dit verhaal is de 28e bijdrage van Steenbruggen waarin hij een collectiestuk bespreekt.