Het toneelstuk van 'De Stamhouder' is minder dan het boek
In dit artikel:
Journalist Alexander Münninghoff (overleden 2020) schreef een veelgeprezen boek over de nalatenschap van zijn vader, een lid van de SS‑Panzer‑Division Wiking. Het verhaal — dat later ook een succesvolle tv‑serie opleverde — draait om het moment in 1950 waarop de zesjarige Alexander nazi‑memorabilia op zolder vindt en de familie vanaf daar nooit meer zwijgt. Centraal staan vragen over vrije wil, schuld en het intergenerationele trauma: waarom werd Alexander bij zijn moeder weggehaald, wat betekende het aristocratische gezag van zijn grootvader, en hoe bepaalt het verleden van een ouder het leven van diens kinderen en kleinkinderen?
Kobra Theaterproducties probeerde dit beladen familieverhaal op de planken te brengen met De stamhouder, een bewerking van Koen Tachelet en regie van Olivier Diepenhorst. Het decor refereert aan het Holocaustmonument in Berlijn: stapels blokken, maar dan in fel rood. Sommige blokken worden opgetrokken als statement of als afgesloten familiehoofdstuk; een danser (Nestor Matytchak) fungeert als lichamelijke verbeelding van het geweten: hij danst, springt en verstopt zich op de rode kubussen.
De voorstelling is een moedige onderneming, maar haalt volgens de recensie niet het niveau van het boek. Drie acteurs (onder wie Reinout Bussemaker in een dubbelrol, met Lot van Lunteren en Willem Voogd) wisselen in hoog tempo van personages en tijdslagen, wat de verhaallijn vaak verwarrend maakt. De bedoeling om nuance te tonen in de complexiteit van oorlogsverleden en persoonlijke verantwoordelijkheid raakt daardoor op de achtergrond. De toevoeging van fysieke elementen en symboliek is visueel sterk, maar schiet tekort in narratieve diepgang; de catharsis blijft vooral in het boek voelbaar.
De stamhouder werd in Theater Sneek gespeeld (140 bezoekers) en is nog te zien op 16 april in Drachten, 25 april in Groningen en 29 april in Leeuwarden.