Het nieuwe leven van een Oekraïense kunstenaar in Nederland. 'Geweld is niet mijn pad'
In dit artikel:
Anatolii Hylytykha (39), een Oekraïense kunstenaar en ontwerper, verliet zijn land anderhalf jaar na de Russische invasie en belandde in Nederland. Oorspronkelijk uit Lutsk en formeel opgeleid als boekhouder, leerde hij zichzelf metaalbewerking (zijn eerste werkjes waren verlichte rendieren) en werkte hij eerder als muzikant. Twee dagen voordat de oorlog begon verbleef hij in Kyiv nadat hij uit Berlijn was gekomen om zijn visum te verlengen; de inval veranderde zijn leven ingrijpend. Hoewel hij kort overwoog te vechten, noemt hij zichzelf pacifist en vegetarisch; toch hielp hij soms tijdens de oorlog, bijvoorbeeld bij het maken van molotovcocktails.
In Nederland kwam Anatolii in Drachten terecht, waar hij als vrijwilliger van de Sluisfabriek onder meer samenwerkte met kunstenaar Jan Ketelaar. Die periode gaf hem de ruimte om in teamverband te werken in plaats van in zijn gebruikelijke sologarage. Uit dankbaarheid maakte hij een vijf meter hoog paard dat nog steeds in de Sluisfabriek staat. Zijn werken — zoals de metalen sculptuur Aanraking (een hand die golven veroorzaakt) en het kritische Schaap met antenne over marketing en propaganda — trokken eerder al veel aandacht op sociale media en op tentoonstellingen in Oekraïne. Een metalen ‘oog’-werk als reactie op censuur schonk hij aan Kunstacademie Friesland.
Sinds 2025 werkt Anatolii als vakman bij Studio Job, het bekende kunst- en designcollectief in Tilburg. Zijn komst daar kwam onverwacht: hij gebruikte ChatGPT om werkplaatsen op te zoeken, contacteerde Studio Job en werd aangenomen. In de grote loods van Studio Job werkt hij aan zware metalen sculpturen naast collega’s; de ruimte bevat een reusachtige wereldbol en materiaal voor toekomstige projecten. Tegelijk woont hij in een opvanglocatie voor Oekraïners in Tilburg, op een stapelbed in een kamer voor vier personen, maar geeft aan gelukkig te zijn met een vaste baan en tijd voor eigen werk.
Over zijn toekomst zegt hij dat hij het liefst een eigen werkplaats wil hebben en mensen wil blijven verrassen met metaalkunst. Over de oorlog is zijn houding duidelijk: respect voor de strijders van Oekraïne, scherpe kritiek op Rusland, maar ook op corruptie en falend bestuur in eigen land — redenen voor zijn vertrek. Hij wil niet terugkeren, mede vanwege familieomstandigheden die hem vrijstelden van de dienstplicht. Achter de vonken in Tilburg werkt hij onvermoeibaar verder aan nieuwe sculpturen.