Het kabinet is een week verder en de wereld ziet er heel anders uit, nu komt het aan op stuurmanskunst
In dit artikel:
Het nieuwe kabinet was nog maar een week aan de macht toen de Verenigde Staten en Israël een aanval op Iran uitvoerden — een ontwikkeling waar het coalitieakkoord geen rekening mee hield. Daardoor staat dat akkoord, dat vooral gericht is op Oekraïne en op Israël/Gaza, direct onder druk: maatregelen en formuleringen over Iran zijn vaag en onvoldoende uitgewerkt, terwijl de aanval directe geopolitieke en economische gevolgen heeft, onder andere stijgende brandstofprijzen die de uitvoerbaarheid van kabinetsplannen kunnen aantasten.
De auteur trekt een vergelijking met 1989: toen kon het pas-opgerichte kabinet-Lubbers III snel reageren op onverwachte wereldgebeurtenissen (Berlijnse Muur, einde apartheidsverbod) dankzij ervaren bewindslieden. De huidige diplomatieke bezetting — in de tekst aangeduid als de driehoek van kabinet‑Jetten — beschikt volgens de analyse niet over diezelfde ervaring. De eerste officiële reactie van minister van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen liet die onzekerheid zien: het kabinet probeerde een middenweg tussen D66- en VVD-standpunten, zonder de aanval principieel op grond van het internationaal recht te veroordelen maar ook zonder zich volledig achter Washington en Tel Aviv te scharen.
De kernboodschap is dat onvoorziene crises het echte examen vormen voor een kabinet: politieke afspraken en beleidsstukken kunnen snel verouderen als de wereld anders draait dan bedacht. De komende maanden moeten uitwijzen of het kabinet voldoende stuurmanskunst en politieke consensus heeft om snel en effectief op dit nieuwe veiligheidsdossier te reageren.