Het is een les of het is er géén
In dit artikel:
Leidinggevenden van het Dockinga College en andere scholen binnen Fierder Onderwijs kwamen onlangs bij elkaar in het oude hospitaal van Veenhuizen voor een studiedag over leskwaliteit. De bijeenkomst, georganiseerd door twee teamleiders uit de eigen organisatie, had tot doel te onderzoeken welke rol schoolleiders spelen bij het ondersteunen van docenten om betere lessen te geven — en om dit dicht bij de praktijk te doen in plaats van zaken uit te besteden aan commerciële partijen.
Een opleider van NHL Stenden, Edith de Vries, schetste dat losse lesobservaties weinig waarde hebben zonder een stevig kwaliteitsstelsel eromheen. Observaties moeten ingebed zijn in een bredere aanpak en mogen niet primair als beoordelingsinstrument worden gebruikt. Belangrijk daarbij is ook het perspectief van leerlingen: hun ervaringen zijn een cruciale bron van informatie over wat er in de klas werkt.
De bijeenkomst legde de nadruk op gesprekken over vakmanschap in plaats van het afvinken van lijsten. Docenten ontwikkelen zich via gerichte, korte reflectiemomenten op hun eigen handelen, door het combineren van talent en systematisch aanvaardbare vaardigheden, en door open te staan voor feedback. Deelnemers benadrukten dat een prettig pedagogisch klimaat welkom en nodig is, maar niet voldoende: het is het vertrekpunt vanwaar de didactische scherpte en leerresultaten moeten worden aangescherpt.
Kortom: schoolleiders hebben een actieve rol als faciliterende gesprekspartners en bouwers van een kwaliteitskader dat observaties, leerlingenperspectief, professionele feedback en voortdurende ontwikkeling verenigt. Contact: vih@dockinga.nl. Auteur: Hilbrand Visser, vmbo-directeur Dockinga College (Dokkum).