Het homohuwelijk bestaat 25 jaar. 'Het gaat het over de liefde, niet over sekse'

dinsdag, 31 maart 2026 (19:26) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

„Voor een besluit tot samenleven heb je het stadhuis niet nodig. Voor de liefde al helemaal niet. Maar… nu het mag, wil ik het ook.” Met die woorden gaf voormalig burgemeester Jacques Wallage op 14 juni 2001 in Groningen het ja‑woord aan Alf Geurts en Thom van der Goot — een van de eerste openlijke huwelijken tussen twee mannen in Nederland nadat de wet het mogelijk maakte. Van der Goot, bekend als theaterdirecteur in Groningen en Friesland, overleed in 2023.

Op 1 april 2001 trad de Wet openstelling huwelijk in werking: vanaf dat moment mochten paren van hetzelfde geslacht officieel trouwen. Daarmee maakte Nederland als eerste land ter wereld het burgerlijk huwelijk voor homoparen toegankelijk. De wet volgde op eerder ingevoerde vormen van erkenning, zoals het geregistreerd partnerschap (1998), maar het echte gelijkstellen van het huwelijk betekende ook concrete rechten — van naamvoering en erfrecht tot aanspraken rondom kinderen — die met het partnerschap niet automatisch waren geregeld. Vlak na middernacht op die historische dag voltrok Job Cohen in Amsterdam vier huwelijken tegelijk; de beelden gingen internationaal rond.

De weg naar openstelling was lang. Kleine, theatrale acties in de jaren zestig — zoals een 1967-uitvoering van een ringenritueel in Rotterdam die veel stof deed opwaaien — verschoof het onderwerp geleidelijk van marge naar breed politiek debat. Jurist Jan Wolter Wabeke, samen met onder anderen Henk Krol en later D66’er Boris Dittrich, voerde vanaf de jaren tachtig en negentig de juridische en publieke lobby. Waar het COC aanvankelijk huiverig was omdat het huwelijk een heteronorm zou bestendigen, streefden Wabeke en collega’s vooral naar gelijke wettelijke behandeling. Het idee kreeg uiteindelijk politieke steun en werd in het regeerakkoord van 1998 opgenomen; in 1999 diende Job Cohen een wetsvoorstel in dat twee jaar later van kracht werd.

De openstelling heeft zowel symbolische als praktische waarde, zegt Arjen Polstra van COC Groningen & Drenthe: het erkent liefde zichtbaar en biedt juridische zekerheid bij bijvoorbeeld erfenissen en andere rechten. Tegelijkertijd wijst hij op een verontrustende ontwikkeling: acceptatie en sociale veiligheid zijn niet altijd toegenomen. Lhbtiq+-gerelateerd geweld en gevoelens van onveiligheid nemen volgens hem toe; sommige stellen willen daarom liever anoniem blijven — de krant stuitte bij navraag op afwezige bereidheid tot herkenbare interviews.

Cijfers van het CBS tonen ook de omvang van de verandering: in 2001 werden 2.414 huwelijken gesloten tussen paren van hetzelfde geslacht (van ruim 82.000 totale huwelijken). In 2024 waren dat 1.774 van circa 68.000 huwelijken. Sinds 2001 volgden veel landen Nederland; België opende het huwelijk in 2003 en inmiddels is het in tientallen landen toegestaan (op het moment van publicatie in 39 landen).

Wallage blikt terug met tevredenheid: hij verwoordde zijn rol als vanzelfsprekend — zodra het kon, voltrok hij die huwelijken — en ziet de kern van huwelijk als keuze en gedeelde levensinvulling, los van sekse. De invoering van de wet markeerde niet alleen een wettelijke verandering, maar ook een maatschappelijke mijlpaal; tegelijk benadrukt de huidige situatie dat wettelijke gelijkheid geen garantie is voor sociale acceptatie, en dat blijvende inzet nodig blijft om rechten en veiligheid te waarborgen.