Het Friese veemgericht bestond niet; verzetsleider gaf zelf doodvonnissen

vrijdag, 27 februari 2026 (16:00) - Friesch Dagblad

In dit artikel:

Amateur-historicus Hessel Bouma weerlegt de argumenten van dr. mr. H.L.C. Hermans dat het Friese “veemgericht” tijdens de Tweede Wereldoorlog daadwerkelijk heeft gefunctioneerd. Hermans stelde op 14 februari in het Friesch Dagblad zes punten naar voren om het bestaan te onderbouwen; Bouma had op 7 februari al het tegendeel betoogd.

Bouma stelt dat het vertrouwen van Noord-Friese verzetsgroepen in een veemgericht vooral berustte op verklaringen van leiders als Anno Houwing en Pieter Wijbenga en op een document van 16 maart 1945 dat Hermans aanhaalt. Volgens Bouma zijn die bronnen niet onafhankelijk: getuigenissen als die van de zoon van rechter Wedeven zijn familiaal gekleurd en de bekende geschiedschrijver Loe de Jong baseert zich volgens hem vrijwel uitsluitend op Wijbenga zonder eigen, kritisch onderzoek.

Ook wijst Bouma op verdeeldheid binnen het verzet: Zuidelijk Fryslân onder leiding van Haitze Wiersma erkende het veemgericht niet. Een brief uit 14 augustus 1944 (Tresoar‑archief) toont dat Wiersma Houwing vroeg twee landwachters te doden, maar kort daarop bericht kreeg dat die mannen alleen een waarschuwingsbrief hadden ontvangen — brieven die later nimmer werden teruggevonden. Nadat die documenten ontbraken, sprak Wiersma later zelfstandig elf doodvonnissen uit.

Bouma benadrukt verder dat Houwing doodvonnissen snel liet uitvaardigen terwijl communicatie met magistraten (zoals Wedeven en de tegenstander van de doodstraf Viehoff) in 1944 gebrekkig was. Houwing beloofde na de oorlog zijn vonnissen aan de regering te overleggen ter dekking, maar dat gebeurde niet; hij liet bovendien na de oorlog veel materiaal vernietigen — volgens een eerder artikel zelfs een leeg dossier dat door zijn zoon werd weggehaald.

Bouma concludeert dat de bewijslast voor een zelfstandig functionerend Friese veemgericht zwak en deels intern gekleurd is, en pleit voor terughoudendheid bij het trekken van definitieve conclusies.