Het Fries is geen folklore en het zou helpen als de buitenwereld dat ook zo zag

zaterdag, 7 maart 2026 (09:00) - Friesch Dagblad

In dit artikel:

Journalist Marianne Velsink, opgegroeid in Leeuwarden maar pas vanaf haar brugklastijd met het Fries in aanraking gekomen, beschrijft in persoonlijke termen hoe weinig zij dat Fries als kind heeft gehoord en waarom ze het nooit volledig heeft geleerd. Pas toen ze vriendinnen uit dorpen als Dronryp en Menaam kreeg, ontdekte ze dat het Frysk een levende omgangstaal was; de puberteit en een schoolcultuur die de taal weinig prioriteit gaf, zorgden er echter voor dat ze de inhaalslag nooit echt maakte. Ook latere pogingen — een cursus bij de Afûk en een afspraak met een collega om uitsluitend Fries te spreken — bleken onvoldoende om de spreekervaring echt te verwerven.

Tegelijkertijd belicht Velsink een beleidswijziging in Friesland: de Friese kerndoelen zijn de afgelopen jaren herzien en eigentijds vertaald, en gelden nu voor basisscholen en middelbare scholen in dertien van de achttien Friese gemeenten. Scholen worden daarmee niet alleen aangespoord om Fries als taal aan te bieden, maar ook om aandacht te besteden aan Friese identiteit en cultuur. Het vernieuwde programma biedt concrete handvatten voor aansprekend lesaanbod en ruimte voor ondersteuning als een school zelf niet gemakkelijk uit de voeten kan — bijvoorbeeld als er geen Friestalige leerlingen zijn.

Velsink reageert positief op die ontwikkeling en zet haar persoonlijke onzekerheden tegenover de praktische insteek van het beleid. Ze haalt een gesprekspartner aan die haar geruststelt met de woorden: „Gewoan trochprate. Komst der wol.” En directeur Michiel Veenstra van basisschool ’t Holdersnêst in Harkema vat het beleid bondig samen: „Begjin lyts.” Velsink pleit er ook voor dat media en buitenstaanders het Fries niet langer als folkloristisch afschilderen, maar erkennen als levende moedertaal van veel Friezen.

Ze besluit met een persoonlijke voorzet: ze probeert voortaan consequent in het Fries te antwoorden wanneer iemand haar in het Fries aanspreekt — soms lukt het, soms nog niet — maar de bereidheid is er.