Het bewogen jaar van PKN-preses Trijnie Bouw: wees niet bang, houd moed

dinsdag, 30 december 2026 (08:00) - Friesch Dagblad

In dit artikel:

2025 was het eerste volledige jaar van ds. Trijnie Bouw als preses (synodevoorzitter) van de Protestantse Kerk in Nederland. Het jaar kenmerkte zich door veel interne en externe onrust en maatschappelijke betrokkenheid: de kerk worstelde met hoe om te gaan met slachtoffers van seksueel misbruik in pastorale relaties en kreeg te maken met landelijke berichtgeving over een onveilige werksfeer binnen de eigen dienstenorganisatie.

In september kwam de kwestie rond de werkcultuur in de dienstenorganisatie breed in het nieuws. De synode reageerde door zowel een onafhankelijk onderzoek naar de werksfeer te laten uitvoeren als een afzonderlijk onderzoek naar de structuur van de organisatie. Bouw sprak persoonlijk medewerkers in Utrecht toe; zij wilde er vooral zijn voor medewerkers, duidelijkheid en vertrouwen uitstralen en benadrukte dat zorgvuldig maar doortastend gehandeld zou worden. Tegelijkertijd ontstonden demonstraties van kerkleden (de Rode lijn-acties) bij het kerkgebouw, wat liet zien hoe gepassioneerd en verdeeld de achterban kan zijn over de koers en het spreken namens de landelijke kerk.

Internationale gebeurtenissen, met name het geweld in Israël en Gaza, raakten Bouw en de kerk diep. De situatie vormt een terugkerend agendapunt in het moderamen en de synode en benadrukt voor haar de groeiende polarisatie in samenleving en kerk. Als preses ziet zij haar taak vooral in geestelijke leiding samen met moderamen en synode, maar ook als één van de gezichten en woordvoerders van de landelijke kerk.

Naast haar bestuurlijke rol bleef Bouw actief als predikant. Persoonlijke hoogtepunten waren twee kerkdiensten die haar bijzonder raakten: in april de doop van haar kleinzoon Lev in haar voormalige gemeente in Zaltbommel, en in maart de rouwdienst voor haar vader in haar geboortedorp, die zij een jaar eerder al had beloofd te leiden. Die momenten verbonden haar bestuurlijke werk met de pastorale kern van het ambt.

Privé haalt zij plezier uit lezen, koken, wandelen, sporten, filmhuis- en museumbezoek, tijd met familie en vrienden — en sneeuw op de berg, waar ze even alles vergeet. Terugkijkend op 2025 voelt ze veel dubbelheid: verlies en nieuw leven (de doop en de geboorte van kleindochter Belle) liggen dicht bij elkaar. Religieus vond ze houvast in het verhaal van de Emmaüsgangers: onzichtbaar begeleid worden, hoop en moed hervinden.

Voor 2026 hoopt Bouw op meer ruimte voor humor binnen kerkelijke verhoudingen en op moed om kwaad te benoemen en te bestrijden. Persoonlijk verwacht ze geen ingrijpende veranderingen; ze neemt zichzelf en haar inzet mee en pleit er vooral voor het kwade met goedheid te overwinnen. De tekst eindigt in de serie ‘Het jaar van…’, waarin bekende kerkelijke Nederlanders terugblikken op een belangrijk jaar.