Henk van den Berg is fergroeid mei de menisten fan Hallum
In dit artikel:
In het kleine menistendorp Hallum zorgt Henk van den Berg (69) al jaren voor het praktische reilen en zeilen van de plaatselijke doopsgezinde gemeente: hij onderhoudt de techniek, zet de verwarming aan in de winter, zet koffie na de diensten en houdt het kerkje en de tuin netjes. Van den Berg woont naast de oude vermaning waarin hij geboren is; het gebouw verloor zijn kerkdienstfunctie in 1911 toen elders een nieuw godshuis kwam. Zijn arbeidsverleden bij de PTT in Dokkum en Leeuwarden als technisch medewerker blijkt nog uit de vele radio-apparaten en installaties in huis en zijn verzorging van toneelgeluid bij lokale uitvoeringen.
Ruimte voor anderen innemen en warmte geven zijn kernwaarden voor hem — waarden die hij samen met zijn vrouw Richtje van den Berg-Braaksma deelde. Richtje was een drijvende kracht binnen de menisten: bestuurslid, voorzitter en actief in de kerkenraad. Zij overleed vorig jaar op 63‑jarige leeftijd na een ziekbed; haar betrokkenheid is zichtbaar in het huis aan foto’s, kindertekeningen en rijen condoleancekaarten. Het echtpaar had geen kinderen; ze ontmoetten elkaar op latere leeftijd via het theater.
De menistegemeente in Hallum is inmiddels klein en vergrijsd — ongeveer dertig leden, vrijwel allemaal vrouwen — en het kerkelijke werk rust daardoor op weinig schouders. Historische gegevens laten zien hoe de gemeenschap na de oorlog flink kromp, mede door emigratie in de jaren vijftig. Om de diensten en activiteiten te behouden werkt de gemeente soms samen met doopsgezinden uit Stiens en met de PKN.
Van den Berg is ook buiten de kerk veel actief geweest. In 2014 kreeg hij een koninklijke onderscheiding (Lid in de Orde van Oranje-Nassau) voor tientallen jaren vrijwilligerswerk, onder meer bij de Bartlehiem-skeelertocht, het Spikerdoarp-huttenbouwproject voor schoolkinderen en in de PTT‑personeelsvereniging. Kleinschalige zorg voor kwetsbaren hoort ook bij hem: in z’n tuin heeft hij speciale hokjes voor egels en hij benadrukt vaak het belang van vrede en van praten in plaats van sudderen.
Zijn beeld van de gemeente: een warm plekje om elkaar heen — klein, toegewijd en vastberaden het werk zo lang mogelijk voort te zetten.