Helpt Trump nu onze energietransitie? Jazeker, ook al was dit vast niet zijn bedoeling | LC commentaar
In dit artikel:
De recente olie- en gasprijscrises werken in Nederland als een onverwachte motor voor energiebesparing en kostenverlagingen. Sinds de inval in Oekraïne in 2022 gingen veel huiseigenaren en woningcorporaties versneld aan de slag met isolatie, zonnepanelen en warmtepompen; tussen 2020 en 2025 daalde het aardgasverbruik in Nederland met ongeveer 25 procent. Gemiddeld verbruik per huishouden zakte van circa 1.500 naar ongeveer 1.000 m3, en die cijfers tellen nog niet eens het groeiend aantal huizen zonder gasaansluiting mee.
Hoge brandstof- en energieprijzen zetten consumenten aan tot duurzame keuzes: oude dieselauto’s worden vaker ingeruild voor hybride of elektrische modellen, en veel mensen nemen nu maatregelen die ze anders hadden uitgesteld. Deskundigen benadrukken dat zulke prijsprikkels vaak effectiever zijn dan directe subsidiëring: kabinetadviseurs zijn daarom terughoudend met onmiddellijke verlagingen van accijnzen of belastingen aan de pomp, omdat die maatregelen de prikkel voor structurele verduurzaming kunnen wegnemen. Ter vergelijking hebben landen als België en Frankrijk snel grote beschermingsmaatregelen uitgezet en lopen daardoor grotere begrotingstekorten en verzwakte prikkels op.
Voor beleggers lijken oliebedrijven op korte termijn aantrekkelijk, maar banken als ING adviseren te kiezen voor investeringen in de energietransitie: daar ligt op termijn naar verwachting meer rendement als olieprijsfluctuaties afnemen. De columnist voorspelt dat 2026 mogelijk een nieuw kanteljaar wordt waarin nog meer bedrijven en particulieren blijvende stappen zetten om minder afhankelijk te worden van fossiele brandstoffen — een ontwikkeling die, hoe tragisch de aanjagende geopolitieke crises ook zijn, de omslag naar duurzame energie versnelt.