Heel zonnig ziet het er niet uit voor de linkse fusiepartij
In dit artikel:
Decennialang leek een linkse fusie in Nederland onhaalbaar door onderlinge rivaliteit, maar nu staan GroenLinks en PvdA op het punt echt samen te gaan. De wortels van die ambitie lopen terug tot begin jaren zeventig, toen PvdA, D66 en PPR bijna samen de Progressieve Volkspartij vormden en onder de noemer Keerpunt’72 een gezamenlijk schaduwkabinet presenteerden — een poging om links als blok tegen rechts te positioneren die strandde toen PvdA-leider Joop den Uyl voor zijn eigen partij koos.
Vijf jaar geleden besloten GroenLinks en PvdA na een slechte verkiezingsuitslag al als gezamenlijke lijst naar de Tweede Kamer te gaan; later dit jaar moet dat uitmonden in een formele fusie. Donderdag wordt de nieuwe naam onthuld. Politicoloog Matthijs Rooduijn waarschuwt dat fusies vaak het karakter van één voorganger overnemen; in dit geval lijkt GroenLinks te domineren. Recentelijke gemeenteraadsverkiezingen bevestigden dat de nieuwe combinatie goed presteert in stedelijke GroenLinks-gebieden maar steun verliest in traditionele PvdA-bolwerken.
Dat duidt erop dat de nieuwe partij vooral een stedelijk, hoogopgeleid electoraat aantrekt en (nog) geen brede “linkse volkspartij” vormt. Historische vergelijkingen met de vorming van het CDA tonen dat laat samengaan niet per se hopeloos is, maar hiervoor moet de partij haar achterban verbreden, soms oude zekerheden loslaten en een brede, aansprekende leider vinden om groter politiek gewicht te verwerven.