'Heeft U altijd al Koningin willen worden', vroeg Barend Servet | column Asing Walthaus
In dit artikel:
Op de RijksScholenGemeenschap aan het Zaailand schetst de auteur een culturele kloof tussen twee soorten thuis: gezinnen die nooit naar de VPRO keken en gezinnen die dat wel deden. Die kloof bleek op het schoolplein: veel klasgenoten konden de VPRO-referenties niet plaatsen — woordgrappen, personages en liedjes die voor anderen vanzelfsprekend waren, vielen hen niet op. De auteur zelf woonde bij zijn oma in en keek met haar naar programma’s als Van Oekel’s Discohoek; achter die tv-grappen zat de vorig week volgens het stuk overleden Wim T. Schippers.
Schippers wordt beschreven als een bewonderenswaardige figuur met een voorliefde voor mislukking, amateurtoneel, omvallende decors en plots opduikende naaktheid — voorbeelden uit de geschiedenis van de VPRO worden aangestipt, zoals de beruchte uitzendingen met Phil Bloom en een optreden van Truus Gesink. Zijn werk strekte zich uit over kunst, theater, tv, radio en muziek; typetjes als Sjef van Oekel bereikten zelfs stripvorm. De auteur prijst Schippers’ gevoel voor taal en absurdisme — korte, knullige dialogen en rake observaties over alledaagse gevoelens, zoals koude zwemervaringen — maar benadrukt ook diens afkeer van al te veel ernst. Kortom: Schippers maakte van de zinloosheid van het bestaan een vrolijke, anarchische speeltuin waar niet iedereen tussen pastte.
Het Oranje Café: Noah Ohio trekt conclusie: had Lionel Messi rood moeten krijgen tegen Algerije?