Harmonie, warmte, helderheid: Mozarts kracht door eenvoud in het 'Negende pianoconcert'
In dit artikel:
Jan Ybema beschrijft Mozarts Pianoconcert nr. 9 in Es (KV 271, 'Jeunehomme') als een vroeg hoogtepunt in het oeuvre van de 21‑jarige componist. Geschreven in Salzburg in 1777, markeert dit concert volgens Ybema Mozarts eerste “volwassen” pianoconcert: het toont een grotere originele melodische rijkdom en emotionele diepgang dan zijn eerdere acht concerten, die vaak als jeugdwerk worden gezien en zelden worden uitgevoerd.
Het concert valt op door een aantal vernieuwingen: onmiddellijk vanaf de tweede maat betreedt de piano het spel, waar traditioneel eerst het orkest uitvoerig introduceerde. Het eerste deel ontvouwt zich als een dialoog tussen piano en orkest. Het middendeel is opvallend omdat het in mineur staat — een zeldzame keuze bij Mozarts vroege pianoconcerten — waardoor zuchtende strijkers en een spaarzame, transparante pianopartij een ernstige, weemoedige atmosfeer scheppen. In de slotminuten van dit langzame deel biedt de pianopartij enkele verstilde, tedere momenten die Ybema als exemplarisch voor Mozarts kracht door eenvoud noemt.
Het derde deel contrasteert scherp: een virtuoze finale die de techniek van de solist op de proef stelt, waarin een traag menuet met tokkelende strijkers centraal staat voordat het snelle hoofdthema terugkeert en het stuk eindigt met twee krachtige akkoorden van piano en orkest samen. Ybema wijst erop dat Mozart later nogmaals voor een mineur-middendeel koos (in concerten nr. 18, 22 en 23), maar dat KV271 een van de eerste en meest geslaagde toepassingen van dat idiomatische contrast is.
Hoewel Ybema het niet met Alfred Brendel eens is dat dit per se Mozarts allerbeste pianoconcert is, noemt hij het onmiskenbaar een vroeg wonder in een al wonderbaarlijk oeuvre. Kort profiel: Jan Ybema is journalist bij het Friesch Dagblad en schrijft hier — samen met collega Abe de Vries — over zijn liefde voor klassieke muziek.