Harlingen wil gezamenlijke vuist tegen drugscrimineel en mensenhandelaar
In dit artikel:
Zes gemeenten met kleinere zeehavens — Harlingen, Eemsdelta, Het Hogeland, Den Haag, Den Helder en Goeree-Overflakkee — hebben donderdag in Scheveningen een gezamenlijk platform gepresenteerd om georganiseerde misdaad uit hun havens te weren. Doel is dat lokale overheden kennis en interventies bundelen en hun werkwijzen op elkaar afstemmen, onder meer om de zogeheten ‘drop-off-methode’ tegen te gaan waarbij pakketten op zee worden achtergelaten en door kleine schepen naar binnen worden gebracht. Ook willen ze spionageactiviteiten vanuit het water tegenhouden.
De aanwezigheid van Andy Kaag (Europol) en Nanette van Schelven (directeur-generaal Douane) bij de presentatie onderstreepte de ernst van de aanpak. De gemeenten reageren op een verschuiving: door sterkere beveiliging in grote havens als Rotterdam en Vlissingen zoeken drugs- en mensensmokkelaars naar minder gecontroleerde kleinere havens.
Harlingen speelde een voortrekkersrol: signalen van drugssmokkel — onder andere een duiker met een pakket en de vondst van een onderwaterscooter twee jaar geleden — en jaren van verminderd toezicht na bezuinigingen en verplaatsing van douanetaken maakten de problemen zichtbaar. Burgemeester Ina Sjerps heeft langdurig aandacht gevraagd in Den Haag, onder meer met het verzoek om de status ‘mainport’ voor extra middelen; dat leidde niet tot toekenning, maar wel tot meer landelijke aandacht.
Onderzoekers noemden noordelijke havens eerder al kwetsbaar vanwege gebrek aan toezicht en anonieme achterlanden. Harlingen heeft inmiddels zelf toezichthouders aangesteld, bedrijven getraind om verdachte signalen te herkennen en extra camera’s geplaatst. Het nieuwe samenwerkingsplatform moet deze lokale inzet versterken en criminelen de toegang tot kleine zeehavens bemoeilijken.