Handwerken tegen de grimmige buitenwereld - een zoektocht naar wie Jezus met de Emmaüsgangers borduurde

zondag, 12 april 2026 (19:00) - Friesch Dagblad

In dit artikel:

In het trappenhuis van zijn huis in Ferwert hangt al jaren een groot geborduurd tafereel: Jezus met de Emmaüsgangers, gedateerd 1870. Verslaggever Jan Auke Brink raakt nieuwsgierig naar de herkomst van het werk nadat hij het per toeval in de inboedel bij aankoop aantrof en besluit op onderzoek uit te gaan: wie maakte dit, was het een origineel ontwerp en waarom zie je zulke werken zoveel terug in 19de‑eeuwse huizen?

De signatuur op het borduurwerk leidt snel naar een naam: Geertje (Gertje) Dantuma uit Sijbrandahuis. Archiefonderzoek toont dat zij het doek maakte twee jaar vóór haar huwelijk en dat het via haar familie in de streek bleef. Een digitale zoekactie levert een onverwachte match op: op de Facebookpagina van de Doopsgezinde Kerk Damwoude staat een vrijwel identiek borduurwerk dat volgens het bijschrift “benaaid door Antje Sikkema te Wouterswoude anno 1870” is. Via de predikant komt Brink in contact met Anneke Westerlaan‑Wijmenga, een 92‑jarige uit Damwâld die familieoverlevering en erfstukken bewaart. Zij vertelt dat het werk in haar familie al generatieslang bewaard wordt en dat het door haar oerbeppe Antje geborduurd is.

Vergelijking van de twee doeken maakt duidelijk dat beide dezelfde hoofdafbeelding tonen, maar verschillen in kleurgebruik, randversiering en ondertekening — beide zijn aanzienlijk verkleurd. Dat wijst erop dat de makers zich niet op een volledig vrij ontwerp richtten, maar op een bestaand patroon. Die verdenking bevestigt het Groninger Museum: in de collectie blijkt een patroon voor kruissteek op stramien te zitten dat overeenkomt met de afbeelding en afkomstig is uit een Groningse handwerkwinkel uit 1864. In hogere resolutiefoto’s is bovendien de naam Louis Glüer te lezen als ontwerper van de prent.

Die naam ontsluit een groter verhaal. Louis Glüer maakte ontwerpen voor Berlin woolwork, een Duits‑Engelse trend in de mid‑19de eeuw waarbij kleurrijke patronen op telbare doeken werden verspreid en heel Europa bereikten. Britse en Nederlandse handwerkwinkels en tijdschriften (onder andere De Gracieuse) verspreidden deze patronen – daardoor konden vrouwen in uiteenlopende woonplaatsen hetzelfde motief nadoen. Het Leidse Textile Research Centre en collecties zoals die van het Victoria and Albert Museum leggen uit dat die patronen tussen circa 1860 en 1910 populair waren en vaak werden gebruikt om interieurs op te fleuren.

Die functionele context bleek voor Brink belangrijk om te begrijpen waarom zulke religieuze taferelen zoveel werden geborduurd. Het leven binnenshuis was in veel gevallen zwaar: slechte verlichting, kolenstof, kille huizen en ongedierte maakten het dagelijkse bestaan somber. Felle ‘Berlijnse wol’ bood een contrasterende esthetiek; borduurwerk maakte ruimtes gezelliger en gaf makers een creatieve bezigheid en een kleine ontsnapping aan de harde realiteit. Zo kreeg het Jezus‑motief niet alleen een religieuze betekenis, maar ook een sociale en emotionele rol in huiselijke settingen.

Persoonlijke verhalen geven het onderzoek kleur. Westerlaan‑Wijmenga bewaart meerdere familierelikwieën, heeft jarenlang als koster voor de doopsgezinde kerk in Dantumawoude gewerkt en herinnert zich hoe het borduurwerk altijd onderdeel van het huiselijk interieur was. Voor zowel haar als Brink zijn de doekjes nu ankertjes: tastbare verbindingen met familiegeschiedenis en met een vorm van huiselijke troost uit een vorige eeuw.

Conclusies: het borduurwerk in Brink’ trapgat is niet louter een uniek volkssieraad, maar onderdeel van een bredere 19de‑eeuwse praktijk van het werken naar populaire patronen (waarschijnlijk een ontwerp van Louis Glüer / Berlin woolwork). Het exemplaar van Geertje Dantuma past in een netwerk van verspreide patronen en regionale makers, en de overeenkomst met het doek uit Damwoude maakt duidelijk hoe zulke ontwerpen zich door families en dorpen bewogen. De vondst illustreert tegelijk de rol van digitale bronnen (archieven, Facebook, museumcollecties) bij lokaal erfgoedonderzoek.

Brink sluit met een persoonlijke noot en een oproep: deze kleine, vaak vergeelde borduursels vertellen naast kunsthistorie ook intieme familieverhalen. Hebt u ook een Emmaüsgangers‑doek of een soortgelijk werk? Stuur een foto — zulke stukken leggen onverwachte verbindingen tussen mensen, plaatsen en tijden.