Had Henk dit geflikt, had hij op non-actief gestaan. Maar ook vrouwen doen het!
In dit artikel:
Henk wordt al maanden op het werk gestalkt door een vrouwelijke collega, Esther. Wat begon als medeleven — lunches, luisteren naar haar verdriet over het verlies van haar moeder en eenmalig hulp in de tuin — escaleerde toen zij hem intiem omhelsde en vervolgens contact bleef zoeken: tientallen appjes, e-mails en telefoontjes per etmaal en het rondstrooien van geruchten dat ze samen op vakantie zouden gaan. Henk schaamt zich, ervaart de situatie als onwerkelijk en voelt zich ziek van de constante vragen van collega’s; hij overweegt zelfs van baan te veranderen.
GZ-psychologen Froukje Jackson (Groningen) en Irma van Steijn (Leeuwarden) gebruiken deze casus in hun wekelijkse anonieme spreekkamercolumn. Ze leggen uit dat stalking vaak verschillend gemotiveerd is bij mannen en vrouwen: mannen stalken vaker uit behoefte aan controle en raken eerder agressief, terwijl vrouwen overstappen op overmatig contact, online navraag, roddel en sociale manipulatie uit een verlangen naar nabijheid. Toch is de impact voor iedere gedupeerde vergelijkbaar: veel stress en voortdurende waakzaamheid. Statistisch komt stalking meestal van mannen, maar bij mannelijke slachtoffers is de dader in ongeveer de helft van de gevallen een vrouw.
Het advies aan Henk is praktisch: meld het bij de manager, toon het overvloedige bewijsmateriaal en laat de leidinggevende zowel hem als Esther horen, bij voorkeur samen, om duidelijke grenzen te stellen aan het ongewenste gedrag. Mogelijk heeft Esther hulp of therapie nodig; eerst moet echter duidelijk worden wat haar drijfveren zijn. De column wijst ook op dubbele standaarden: mannen als slachtoffers worden soms anders behandeld, terwijl vrouwelijke stalkers ook serieuze gevolgen kunnen veroorzaken.