Gz-psycholoog Debbie (54) wijst scrollende ouders op hun voorbeeldgedrag: 'We moeten aan de bak met ongemak'

woensdag, 22 april 2026 (12:43) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Gz‑psycholoog Debbie Been (54) waarschuwt dat ouders vaak fysiek aanwezig zijn bij hun kinderen — in de speeltuin, het zwembad of de trein — maar mentaal elders door hun smartphone. Ze pleit ervoor dat ouders eerst hun eigen schermgedrag veranderen: alleen zo kunnen zij geloofwaardig grenzen stellen voor hun kinderen. Been beperkt haar eigen telefoongebruik bewust, bijvoorbeeld door ’s ochtends en in de trein een boek te pakken of om zich heen te kijken. Zulke kleine gewoontes gebruikt ze als voorbeeld van wat zij anderen adviseert.

Het probleem ziet ze dagelijks terug: volwassenen die automatisch grijpen naar hun telefoon uit verveling, ongeduld of onzekerheid. Dat voortdurende scrollen zendt volgens haar onbewuste signalen naar jonge kinderen: zij zijn minder belangrijk en hun behoefte aan echte aandacht blijft onvervuld. Been verwijst naar het bekende still‑face‑experiment, waarin jonge kinderen direct onrustig worden zodra een ouder opeens emotioneel afwezig is; volgens haar werkt veelvuldig telefoongebruik op dezelfde manier. Ook ondermijnt het voortdurend online zijn de geloofwaardigheid van regels: als ouders zelf veel op hun scherm zitten, roept een verbod bij het kind al snel weerstand op.

Been pleit daarnaast voor nuancering van de mythe dat een scherm ontspanning brengt. Schermen houden kinderen tijdelijk rustig, maar voegen prikkels toe waardoor ze op langere termijn sneller onrustig, boos of angstig worden. Als kinderen steeds leren dat afleiding het antwoord is op ongemak, missen ze kansen om te wennen aan verveling of sociale ongemakken — vaardigheden die belangrijk zijn in het dagelijks leven.

Uit haar achtergrond in de verslavingszorg en persoonlijke observaties — bijvoorbeeld een jong kind dat in een winkel alleen naar een schermpje keek, terwijl er veel meer te zien was — groeide de noodzaak om dit onderwerp breder te bespreken. Eind vorig jaar verscheen haar boek Slimmer dan je smartphone, met illustraties van haar partner Remon de Jong. Vier jaar werkte ze eraan en aanvankelijk vond ze geen uitgever; inmiddels is er volgens haar meer aandacht en onderzoek naar de negatieve effecten van veel schermtijd, en ontstaan er maatschappelijke initiatieven en school‑ en overheidsmaatregelen.

Praktische stappen staan centraal in Beens aanpak. Naast haar boek ontwikkelde ze een 30‑dagen‑challenge: deelnemers krijgen elke ochtend een korte mail met een inzicht en een concrete, uitvoerbare opdracht om kleine, herhaalbare gewoonten op te bouwen. Informatie en deelname zijn te vinden op debbiebeen.nl/doemee.

Concreet adviseert Been ouders onder meer:
- Zet je telefoon op afstand en schakel meldingen uit om constante onderbrekingen te voorkomen.
- Leg het scherm weg tijdens gesprekken of gezamenlijke activiteiten; wees op die momenten echt aanwezig.
- Spreek schermvrije zones en tijden af voor het hele gezin, bijvoorbeeld geen telefoons aan tafel of in de slaapkamer.
- Maak je eigen worstelingen met schermgebruik bespreekbaar en leg uit welke stappen je zet.
- Vraag jezelf telkens: waarom pak ik mijn telefoon — is het nodig of gewoonte? Het toelaten van kort ongemak helpt verslaving aan automatische handelingen doorbreken.

Been benadrukt dat technologie niet volledig uit het leven verdwijnt, zeker niet voor tieners bij wie veel sociale interactie online plaatsvindt. De kern is volgens haar echter dat kinderen moeten leren hoe ze zelf met telefoons omgaan, niet alleen door regels, maar vooral door het goede voorbeeld van ouders. Ze roept op tot meer tolerantie voor verveling en het durven verdragen van korte ongemakken: dat is de weg naar betrokken ouderschap en betere aandacht voor kinderen. Deze reportage is onderdeel van een serie; dit is aflevering 3 over Beens boek en aanpak.