Griene mantsjes en wite wiven yn ferburgen Fryslân

donderdag, 30 april 2026 (19:00) - Friesch Dagblad

In dit artikel:

Willem Schoorstra (1959, Ternaard) publiceert met Ferburgen Fryslân — ook in een Engelse vertaling onder de titel Hidden Frisia — een rijk geïllustreerd en breed opgezet boek over het oude, soms verborgene Friesland. Hij bestrijkt een tijdsbestek van ongeveer drieduizend jaar, met speciale aandacht voor de periode rond 700 na Christus waarin het Friese gebied zich uitstrekte van het huidige Belgische Swin tot aan de Weser. Archeologische vondsten, volkskundige overleveringen en landschapssporen vormen samen het onderzoeksveld.

Het boek behandelt bekende en minder bekende vondsten en verschijnselen: van witheuvels, stienkisten en grafheuvels tot recentere ontdekkingen zoals houten idolen bij Dokkum, en van pre-christelijke heiligdommen en napkestenen tot huismerken, poppenstenen, offers en cultusplaatsen. Ook bijzondere relicten als de zogenaamde ophongen man van Hatsum (gevonden in 1920), de vondst van het meisje van Yde en groene manskoppen in kerkgebouwen (bijvoorbeeld Kimswert) komen aan bod. Schoorstra haalt oude kerken in Groningen en Friesland aan (Harkstede, Jannum, Kimswert) en wijst op sporen die nog in het landschap en in musea te vinden zijn.

Schoorstra’s kracht ligt in het vergelijken van verschijnselen uit verschillende regio’s en periodes; hij laat zien hoe symbolen en rituelen mogelijk een gedeelde oorsprong of parallellen hebben. Voorbeelden zijn bewerkte granieten stenen met zon- of labyrintbeelden (zoals de sinnenstien van Horsten) en de napkestenen met kuiltjes, die in verband worden gebracht met vruchtbaarheidscultus of sjamanistische praktijken. Bij de bespreking van de ophongen man en andere veenlijken leunt hij op internationaal archeologisch onderzoek (onder meer het werk van Miranda Aldhouse-Green) en stelt hij de hypothese dat mensen met lichamelijke afwijkingen soms als rituele offers werden beschouwd.

Tegelijk krijgt het boek ook kritische noten. Een nootapparaat ontbreekt, waardoor sommige claims — bijvoorbeeld over het voortdurend gebruik van napkestenen bij kerkdeuren als vruchtbaarheidssymbolen — moeilijk controleerbaar zijn. Schoorstra leest veel en put uit een lange literatuurlijst, maar belangrijke recente studies van onderzoekers als Arnold Carmiggelt en Oebele Vries ontbreken volgens de recensent. Ook waarschuwt men voor de gevoeligheid van dit onderwerp: romantisering of onkritische acceptatie van oude mythen kan ideologische misbruikrisico’s in zich dragen, zoals historisch zichtbaar werd bij wetenschappers die verstrikt raakten in nationaalsocialistische mythenvorming.

Ondanks deze kanttekeningen schrijft Schoorstra helder en uitnodigend. Zijn aanpak spoort lezers aan zelf het landschap en musea te verkennen en geeft, met foto’s en een actieve Facebookpagina, praktische aanknopingspunten om de “verborgen” sporen van vroegere Friezen op te zoeken. Het boek is daarmee zowel een populaire gids als een inspirerende, maar soms speculatieve verkenning van het oude religieuze en rituele landschap van Fryslân.