Gorredijk was het eerste dorp in Nederland met een Joods monument. Hoe kwam dat tot stand?

woensdag, 29 april 2026 (20:43) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

In 1956 plaatste de Friese gemeente Opsterland in het dorp Gorredijk een van de vroegste Nederlandse monumenten ter nagedachtenis aan de Holocaust, direct na dat in Amsterdam. De aanleiding lag deels in lokale omstandigheden: na de oorlog waren nog maar twee Joodse inwoners uit Gorredijk teruggekeerd en zij verhuisden elders, waarna de kleine synagoge en het bijbehorende stuk grond aan de gemeente werden geschonken. Als tegenprestatie nam Opsterland het onderhoud van de Joodse begraafplaats bij Kortezwaag op zich.

Debatten in de gemeenteraad vanaf 1954 tonen hoe de zaak werd afgewogen. Het ging niet alleen om praktische vragen — verkoopwaarde van de grond was geraamd op 180 gulden en men overwoog verschillende bestemmingen — maar ook om morele verantwoordelijkheid. Raadsleden spraken openlijk over het lot van de gedeporteerde Joden en stelden zichzelf vragen over medeplichtigheid: ambtenaren hadden tijdens de bezetting soms administratieve gegevens geleverd. Burgemeester Willem Harmsma, zelf met roots in Gorredijk en actief in kerk en PvdA, nam een leidende rol en pleitte voor een monument in het dorpscentrum in plaats van aan het kanaal.

Voor de uitvoering werd de Amsterdamse kunstenaar Johan Wertheim gevraagd; hij had eerder in 1950 het monument “Joodse Dankbaarheid” ontworpen. Wertheim leverde een sober ontwerp: een reliëf met een geboetseerde hand die een davidster wegrist. De kosten werden beperkt gehouden (ongeveer 2.100 gulden). Over de inschrijving op het monument ontstond discussie toen de Friese dichter-uitgever Freark Dam stelde dat de tekst een lokale aangelegenheid moest zijn en een beknopt Fries vers aanbood. Burgemeester Harmsma koos uiteindelijk voor Dams Friese vers, waarmee literatuur en beeldend kunstwerk naast elkaar kwamen te staan.

Het monument werd onthuld rond Dodenherdenking 4 mei 1956, met zo’n vijftig uitgenodigde Joodse gasten uit het land. De burgemeester was wegens ziekte afwezig; zijn vrouw hield het openingswoord en Hartog Beem sprak namens de Joodse Gemeente in Leeuwarden. Ook opperrabbijn Eliësêr Berlinger woonde de ceremonie bij. Als blijk van waardering schonken Joodse organisaties vijf bomen in Israël en werd Opsterland vermeld in het Gouden Boek van het Joods Nationaal Fonds. Journalisten noemden het monument opvallend omdat het niet door Joden op een begraafplaats was opgericht, maar door de niet-joodse gemeenschap in het centrum van het dorp — een expliciete daad om te “niet vergeten”.

Het initiatief kreeg daarnaast verrassende lokale navolging: het maakte Gorredijk mede aanleiding tot een stedenband met Ra’anana in Israël; die band werd in 1999 uitgebreid met Beit Sahour aan de Westelijke Jordaanoever. Historisch gezien illustreert de opkomst van dit monument hoe in Nederland in de jaren vijftig langzaam erkenning groeide voor het bijzondere karakter van de Holocaust — een ontwikkeling die in de jaren zestig nog werd versterkt door televisieprogramma’s, publicaties en processen zoals dat tegen Eichmann. In Gorredijk leidde die erkenning tot een concrete, publieke en lokaal gedragen gedenkplaats die zowel herdenking als zelfreflectie combineerde.