Glow in the dark | Column Joost Oomen
In dit artikel:
Het CPB wijst erop dat het Nederlandse belastingstelsel op papier progressief is, maar dat rijke huishoudens in de praktijk mogelijkheden hebben om hun belastingdruk op inkomen en vermogen te verlagen. Die constatering vormt de aanleiding voor een reeks persoonlijke schetsen die laten zien hoe ongelijkheid zich vertaalt naar kansen in het dagelijkse leven.
Een jongen met uitstekende cijfers stopt vroeg met studeren omdat thuis de lichamelijke arbeid van vader en moeder hun tol eist; hij werkt ochtenden op de bouw en avonden als schoonmaker in kantoren. Een andere jongen van dezelfde leeftijd kan wél studeren: zijn ouders beschikken over gespaard vermogen en een familiebedrijf, waardoor fouten minder zwaar tellen en studiekeuzes vooral praktisch gemaakt worden. Vergelijkbare tegenstellingen verschijnen in kleine dingen — een huurder die bijplakt krijgt van de verhuurder voor glow-in-the-dark-sterren versus iemand die als huiseigenaar de keukenmuren voltekent — en in het pensioenleven: onzekerheid over inkomsten kan ouderen laten twijfelen over stoppen met werken, terwijl anderen zonder financiële zorgen doorwerken als vrijwilliger.
De kernboodschap is dat de meeste Nederlanders niet direct de top of de bodem van de verdeling vormen, maar wel indirect de gevolgen van ongelijkheid voelen. Financiële zekerheid geeft zelfvertrouwen en vergroot de kans om risico’s te nemen en talenten maatschappelijk te ontplooien; onzekerheid leidt tot terughoudendheid en gemiste mogelijkheden. Dat verlies aan potentieel is niet alleen persoonlijk leed maar een maatschappelijk probleem dat zich laat aanpakken. Naast het dichten van fiscale mazen is er ruimte voor beleid dat kansen gelijker maakt — bijvoorbeeld door onderwijs, inkomenszekerheid en geraffineerde fiscale regels — zodat talenten niet onbenut blijven.