Gevleugeld nachtleven op het witte doek: Gerrit Tuinstra is al bijna een kwarteeuw op nachtvlinderjacht

vrijdag, 12 juni 2026 (19:00) - Friesch Dagblad

In dit artikel:

Gerrit Tuinstra, ecoloog en adviseur bij Landschapsbeheer Friesland, brengt al bijna 25 jaar nachtelijke uren door langs de dijken van het Lauwersmeergebied om nachtvlinders te tellen. Sinds 2003 maakte hij minstens zo’n 450 nachten in het gebied, vooral tussen maart en oktober, vaak wekelijks. Zijn tellingen hebben hem inmiddels langs 1.239 verschillende soorten geleid (na een recente vondst: 1.240) — ongeveer de helft van alle in Nederland bekende nachtvlinders.

Werkwijze en materialen
Tuinstra trekt ’s avonds een felle lamp aan die vlinders desoriënteert en aantrekt naar een strakgespannen wit doek. Hij gebruikt een klein aggregaat, statief, scheerlijnen, netten, potjes en een notitieboekje; thuis gaan gevonden exemplaren in de koelkast om te worden bedwelmd, geprepareerd en bewaard op spanplanken. Vooral de kleine microsoorten zijn vaak alleen onder de microscoop en via onderzoek van de genitaliën betrouwbaar te determineren. Zijn collectie telt zo’n 16.000 vlinders in ongeveer 150 laatjes en fungeert als praktisch naslagwerk naast literatuur.

Weer en timing
Het succes van een nachtvlinderexcursie hangt sterk van het weer af: milde, windstille nachten zonder volle maan leveren de beste vangsten. Wind blaast vlinders weg en bij volle maan komen er minder soorten naar de lamp, waarschijnlijk omdat de dieren dan het maanlicht als oriëntatiepunt gebruiken. Ook bestaan er seizoens- en nachtelijke verschillen: sommige soorten verschijnen vroeg in het seizoen of vroeg in de nacht, andere veel later.

Achtergrond en motivatie
Tuinstra begon zijn interesse tijdens een stage bij de Vlinderstichting in 1996 — daarvoor hield hij zich vooral met vogels bezig. Werk en hobby lopen in elkaar over: het nachtflinterjen is vooral plezier, maar ook wetenschappelijk nuttig. Hij werkt vaak alleen omdat dat hem het meeste oplevert qua concentratie en observaties. Over zijn betrokkenheid zegt hij in het Fries: "It is in bytsje ferslaavjend."

Wetenschappelijke bijdrage en trends
De waarnemingen van Tuinstra worden gedeeld met Staatsbosbeheer, de Werkgroep Vlinderfaunistiek en de Nationale Databank Flora en Fauna. Zo levert hij langdurige data over soortenaanwezigheid en -ontwikkelingen. Zijn indruk: aantallen en diversiteit gaan omlaag, door intensieve landbouw, verzuring, droging en versnippering van leefgebieden, en door het verdwijnen van waardplanten. Tegelijk ziet hij dat soorten soms snel terugkeren op plekken waar beheer extensiever wordt ingezet. Klimaatverandering zorgt daarnaast voor nieuwe, zuidelijkere soorten in het noorden van het land.

Ecologische rol en advies voor tuinen
Tuinstra benadrukt de ecologische waarde van nachtvlinders: veel soorten bestuiven bloemen, dienen als voedsel voor vleermuizen en vogels (jonge vogels eten in het broedseizoen massaal rupsen) en zijn dus onderdeel van bredere voedselwebben. Zijn praktische tips voor tuineigenaren: kies vooral inheemse planten en struiken als waardplanten in plaats van alleen siergewassen, maai het gazon gefaseerd en niet te vaak zodat bloemen als klaver en boterbloem kans krijgen te bloeien.

Bijzondere vondsten en emoties
Het veldwerk levert vaak verrassingen op. Tijdens een recente nacht vond Tuinstra in één ruk 98 macro- en 40 microsoorten. Een onverwachte vondst — het zeldzame Grijs weeskind — maakte hem zichtbaar enthousiast; zo’n onverwachte verschijning kan een nacht “niet stuk” maken. Hij neemt nieuwe voor het gebied voorkomende soorten meestal mee naar de collectie, tenzij het exemplaar oud of beschadigd is; sommige rare vondsten laat hij fotograferen en vrij.

Aanvullende methoden
Naast lamp en doek gebruikt Tuinstra ook andere technieken: in voor- en najaar smeert hij zoete lokstof op boomschors, hij werkt met UV-lampen en zoekt overdag naar vraatsporen of bladmineerders om rupsen en soorten op te sporen. Voor werken in natuurgebieden is doorgaans een vergunning nodig.

Balans tussen liefde en doding
Er zit een spanningsveld in het verzamelen: de vlinders die hij voor de collectie doodt, staan soms haaks op zijn liefde voor de dieren. Tuinstra relativeert dat door te wijzen op grotere dodenissen door verkeer en landbouw en op het wetenschappelijke nut van museumcollecties voor determinatie en onderzoek.

Kortom, Tuinstra combineert gevoel voor natuurbeleving met systematische veldzorg: zijn jarenlange inventarisaties leveren zowel persoonlijke voldoening als bruikbare data over de staat van nachtvlinders in het Lauwersmeer en daarbuiten — en bieden concrete aanwijzingen voor behoud en beheer.