Gevaarlijke rol voor religie in kringen rond Trump | opinie
In dit artikel:
Operatie Epic Fury — de recente Amerikaanse campagne die het regime van ayatollah Khamenei in Iran uitgeschakeld zou hebben — heeft volgens columnist Jan Dijksma een nieuw wereldbeeld afgedwongen: macht bepaalt wat legaal en legitiem is. Militair gezien zou de actie goed voorbereid zijn geweest, maar de beslissing om zo ver te gaan ontsnapte aan zorgvuldige politieke afwegingen en oogde impulsief. De precieze doelen bleven onduidelijk: was er echt sprake van een dreigende Iraanse aanval of volgde Trump op gevoel en opportuniteit, mogelijk met het oog op regime change?
Cruciaal in Dijksma’s betoog is de combinatie van militaire kracht met een politiek-religieuze ideologie. Net zoals het Iran van Khamenei religieuze interpretatie gebruikte om repressie te rechtvaardigen, ziet hij in de Verenigde Staten een sterke toename van christen-nationalistische stromingen die politieke macht willen verankeren in een strikte evangelische lezing van de Bijbel. Publieke figuren als Charlie Kirk en predikant Douglas Wilson worden genoemd, evenals defensieminister Pete Hegseth, die door sommigen geportretteerd wordt als iemand die religieuze retoriek verbindt aan militaire acties.
Dijksma waarschuwt dat overlevering aan een overtuiging dat God aan je kant staat, politici en militairen kan vrijwaren van normale morele en juridische grenzen. Dat kan leiden tot verdere extralegale operaties of het mobiliseren van een gewapende achterban, zeker in een omgeving waarin sommige aanhangers zelfs een gewelddadige eindtijdverwachting omarmen. De schrijver ziet in de huidige mix van Amerikaanse machtspolitiek en radicale religieuze overtuigingen een gevaarlijke ontwikkeling die even zorgelijk is als het verdwijnen van een wreed Iraans regime.