Gerard Klein zat van 1942 tot 1945 ondergedoken Bolsward: 'Met mijn onderduikzusje Wiesje heb ik tot haar dood een hechte band gehad'

vrijdag, 20 maart 2026 (12:29) - Friesch Dagblad

In dit artikel:

De familiekroniek Ontworteld vertelt het levensverhaal van drie generaties van de familie Klein, met als vertrekpunt het dagboek dat tandarts Mozes Paul Klein bijhield tijdens de Tweede Wereldoorlog. Auteur Eddy van der Noord reconstrueerde, op uitnodiging en in nauwe samenwerking met Hilversummer Gerard Klein (89), het familieverhaal en plaatste het in een breder historisch kader. Uitgeverij Louise bracht het boek uit.

De kern van het boek is het minutieuze oorlogsdagboek van Mozes Paul, die op 6 augustus 1942 in Amsterdam letterlijk achter een kast op zolder zit te luisteren naar de Duitse soldaten die huizen doorzoeken. Het dagboek beschrijft de angstige momenten waarin hij, zijn vrouw Elsa en hun zoontjes Hapi en Gerard net aan deportatie ontkomen; hun te vroeg geboren dochter Esther bleef achter in het RKZ-ziekenhuis. Kort daarvoor was het gezin uit hun Hilversumse woning aan de Borneolaan verjaagd. Klein legt in het boek ook vast dat alles klaarstond voor emigratie naar Amerika—een schip zou op 11 mei 1940 vertrekken—maar dat de oorlog een dag eerder uitbrak, waardoor hun vlucht onmogelijk werd.

Het verhaal begint nog eerder: de voorgeschiedenis van de familie voert terug naar Gorlice (toen Oostenrijks-Hongarije) waar Salomon Klein in 1870 werd geboren, en naar de gedwongen vlucht uit die regio tijdens de Eerste Wereldoorlog. De familie belandde in Wenen en later, door het oplopende antisemitisme en gebeurtenissen als de Kristallnacht, verspreidden familieleden zich over verschillende landen; in april 1939 kwam het gezin Klein per trein aan in Hilversum. Tijdens de bezetting brachten Gerard, zijn broer Hapi en hun ouders lange perioden in verschillende onderduikadressen in Fryslân door; Gerard verbleef onder meer bij de familie Vos in Bolsward. Mevrouw De Lara en een aantal andere reddende personen speelden sleutelrollen bij het voorkomen van deportatie naar de Hollandse Schouwburg.

Gerard Klein, die voorzitter is van de Joodse Gemeente in Hilversum, beschouwt zijn appartement als veilige haven. In zijn werkkamer staat een ingelijste Jodenster uit zijn jeugd. Hij opent het familieverhaal met een persoonlijke motivatie: aanvankelijk wilde hij het dagboek alleen voor zijn kinderen en kleinkinderen uitgeven, maar het is nu openbaar geworden omdat hij het wil doorgeven aan volgende generaties. Hij noemt in het boek vijf “ankers” die zijn leven bepaalden — vrouwen die hem hielpen overleven en die hem stabiliteit gaven: zijn moeder, mevrouw De Lara, mevrouw Vos, zijn eerste vrouw Mary en zijn huidige vrouw Ida.

In de epiloog uit Gerard zijn zorgen over groeiende polarisatie en antisemitisme, vooral na de aanval van Hamas op Israël op 7 oktober 2023, die hij als een nieuwe breuk in de familielijn ziet: “7 oktober voelt voor mij als de derde oorlog die drie generaties Klein mee hebben gemaakt.” Ondanks de zwaarte van herinneringen benadrukt hij dankbaarheid en hoop, en dringt hij er bij zijn nakomelingen op aan alert te blijven op wat er in de wereld gebeurt zodat zij tijdig kunnen handelen. Ontworteld is daarmee zowel een persoonlijke getuigenis als een historische reconstructie over lossing, bescherming en het doorgeven van herinnering.