Gerard (90) zat als jongetje drie jaar ondergedoken in Bolsward: 'Ik heb een chronische angst voor dictatorschap'

zaterdag, 2 mei 2026 (07:57) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Gerard Klein (90) keert terug naar de Gasthuissingel in Bolsward waar hij als kleuter bijna drie jaar ondergedoken zat tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1942 werd de Joodse jongen — voortaan Geert Vos — ondergebracht bij het echtpaar Phillippus en Jeltje Vos. Hij zat een groot deel van die tijd in een kelder onder een luik in de keuken, stil om te voorkomen dat de Duitse soldaten hem zouden ontdekken. De familie Vos riskeerde daarmee hun leven; Klein noemt hen levensredders en bewaart levendige herinneringen aan de stille, beschermende houding van het gezin.

Het verhaal van Klein en zijn familie is samengebracht in de familiekroniek Ontworteld van Eddy van der Noord. Die kroniek schetst drie generaties Klein: grootvader Salomon uit Gorlice (toen Oostenrijk-Hongarije), de vlucht naar Wenen tijdens de Eerste Wereldoorlog, en de uiteindelijke vlucht van Mozes Paul en Elsa Klein uit Wenen naar Nederland in 1939. Het plan om met de Veendam naar de Verenigde Staten te emigreren mislukte doordat Duitsland Nederland binnenviel; de familie raakte opgesloten in Nederland en moest later onderduiken.

Mozes Paul hield vanaf januari 1940 een dagboek bij — krabbels op allerlei papier — maar aantekeningen uit de cruciale periode 1942–1944 ontbreken. De overgebleven 54.000 woorden in Weens-Duits, getypt en later vertaald, vormen de ruggengraat van het boek. Dankzij hulp van rabbijn Yehuda Aschkenasy en een vertaalinstituut in Den Haag werd het dagboek toegankelijk voor Klein’s kinderen en kleinkinderen, die geen Duits lezen. Het boek ontstond uiteindelijk op aandringen van vrienden en buren; wat begon als een familieproject groeide uit tot een bredere bijdrage aan het Joods historisch erfgoed.

Kleins persoonlijke herinneringen geven het verhaal emotionele diepte: hij herinnert zich voetballen met buurjongens en soms met Duitse soldaten, een litteken van een val tegen een ijzeren hek uit de oorlogsjaren, en kleine, relatieve vrijheden zoals nachtelijke ritjes met melkvaarder Tjalling de Vries. Tegelijk vertelt hij hoe de schijnbare veiligheid langzaamaan verdween toen Jelle Vos werd gezocht door de Wehrmacht en de laarzen van de soldaten letterlijk een paar centimeter boven zijn hoofd stonden terwijl hij in de kelder zat.

Na de oorlog werd het gezin versnipperd: de ouders overleefden, maar waren getekend. Mozes Paul stierf op 58; kort daarna kwam een Nederlandse vergunning voor een eigen tandartspraktijk binnen — te laat. Klein beschrijft zijn twijfel en spijt over het ontbreken van gesprekken met zijn vader, zijn bewondering voor moeder Elsa die het huishouden, de moraal en de praktische zaken droeg, en zijn gevoel van overlevingsschuld. Hoewel hij zelf niet religieus is, koestert hij Joodse tradities en houdt zijn familiezichtbare rituelen in ere: sjabbesmaal bij dochter Naomi, feestelijke bijeenkomsten en een sterke verbondenheid met cultuur en gemeenschap.

In het dagelijks leven is Klein opmerkelijk vitaal, maar getekend: hij slaapt nooit zonder licht, de radio staat altijd aan en hij waakt voor autoritaire tendensen — een blijvende angst voor dictatuur die teruggrijpt op de ervaringen van zijn ouders. Hij belt dagelijks zijn drie dochters en houdt hen voor: “houd je kompas, je antenne op scherp.” Ter gelegenheid van zijn 90e verjaardag bezoekt hij nog eens het huis waar hij ondergedoken zat; het voelt voor hem als een plek die hem dankbaarheid en herinnering brengt.

Ontworteld (Eddy van der Noord) brengt deze familiale en historische lijnen samen met foto’s en kaarten en plaatst Kleins verhaal in bredere context van Jodenvervolging en overleving in Nederland.