Gemeenten schuiven plannen voor azc's massaal op de lange baan: asielopvang wordt heet hangijzer bij verkiezingen
In dit artikel:
Veel gemeenten schuiven besluiten over nieuwe asielzoekerscentra (azc’s) door naar ná de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2026. Besturen geven aan dat asielopvang politiek zeer gevoelig ligt en dat openbare procedures, protesten en onduidelijkheid vanuit Den Haag het nemen van keuzes bemoeilijken. Daarmee verandert asielopvang in een concreet verkiezingsthema: de samenstelling van toekomstige gemeenteraden kan directe invloed hebben op of en hoe locaties worden gerealiseerd.
Volgens de Spreidingswet moeten alle 342 gemeenten een deel van de opvang huisvesten, maar in de praktijk voldoen de meeste gemeenten nog niet aan die taak. Aanvragetrajecten voor nieuwe azc’s duren vaak jaren (haalbaarheidsstudies, vergunningen, politieke besluitvorming) en zijn de laatste tijd vaker gepaard gegaan met felle demonstraties. Door die combinatie kiezen veel lokale besturen voor uitstel; voorbeelden van gemeenten die plannen vertraagd hebben zijn onder meer Houten, Zaltbommel, Venray, Terneuzen, Aalten, Haaksbergen, Amersfoort, Montferland, Neder-Betuwe, het Hogeland, Bladel en Geldermalsen. Ridderkerk legt een plan voor 250 plekken stil tot na de verkiezingen; Amersfoort neemt maanden voor bewonersoverleg en schuift een definitief besluit eveneens door.
Niet overal ligt besluitvorming stil: Steenbergen wil in december knopen doorhakken en Utrecht stemde recent in met opvang voor 385 mensen, zonder veel protesten. Veel gemeenten noemen de wisselvallige koers van het demissionaire kabinet als reden voor onduidelijkheid; het Rijk beloofde eens de Spreidingswet in te trekken, maar deed dat niet, waardoor onduidelijk blijft welke sancties of steun gemeenten kunnen verwachten bij weigering.
In Haaksbergen staat asielopvang zeer centraal: de gemeenteraad stemde in met een referendum over voorwaarden van opvang dat waarschijnlijk op verkiezingsdag wordt gehouden. Voorstanders zien dit als recht van inwoners om mee te beslissen; het college wijst erop dat de wettelijke plicht tot opvang niet door een referendum kan worden opgeheven. De referendumvraag richt zich naar verwachting op acceptabele uitvoeringsvormen (bijv. één centrale locatie of meerdere kleinschalige locaties) en is adviserend — maar lokale politici vinden het negeren van de uitkomst politiek riskant.
Lokale activisten en betrokkenen waarschuwen dat opvangbeleid alleen werkt als inwoners van begin tot eind meegenomen worden. Zonder draagvlak blijft de Spreidingswet in de praktijk lastig uitvoerbaar en zullen asielopvang en de bijbehorende protesten waarschijnlijk onderdeel blijven van de lokale verkiezingsstrijd.