Gemeente wil Fries Congrescentrum in Drachten kopen, maar een van huidige eigenaren is niet van plan mee te werken

woensdag, 24 september 2025 (07:12) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

De gemeente Smallingerland wil het Fries Congrescentrum aan de Oprijlaan in Drachten kopen en heeft twee jaar geleden met instemming van de raad een voorkeursrecht (Wvg) op het complex gelegd om te voorkomen dat een andere partij het pand overneemt. De gemeente wil het congrescentrum uiteindelijk slopen en huizen bouwen op de vrijgekomen grond.

Eigenaar Harry Elzinga uit Noardburgum verzet zich. Hij stelde dinsdag bij de bestuursrechter dat hij ruim twee jaar geleden mondeling een verkoopdeal sloot met projectontwikkelaar Jan Jacob Breimer voor 6 miljoen euro. Elzinga vraagt daarom dat het door de raad vastgestelde voorkeursrecht wordt afgewezen, omdat dat volgens hem pas ná zijn mondelinge overeenkomst is opgelegd. Schriftelijk bewijs voor de verkoop ontbreekt. De gemeente bood naar eigen zeggen maximaal 5,2 miljoen; die bieding zou niet met de raad zijn gedeeld, zo betoogden Elzinga en zijn raadsman Jouke Brander.

Co-eigenaar Willem Veenstra overleed op 4 juni 2023; zijn weduwe Minke en twee dochters erven zijn deel en ontkennen dat er ooit een mondelinge overeenkomst met Breimer is geweest. Breimer is een procedure tegen hen begonnen en wil zelf ook het voorkeursrecht aanvechten, maar de gemeente vindt dat een potentiële koper juridisch geen belanghebbende is. De rechter beslist over die vraag over ongeveer zes weken.

Advocaat van de raad, Willianne Nooteboom, benadrukt dat de Wvg juist bedoeld is voor situaties zonder minnelijke overeenkomst en dus terecht kan worden ingezet. Breimer zegt bereid te zijn het pand later alsnog aan de gemeente door te verkopen voor 6 miljoen, mits hij ook het ontwikkelrecht op de grond krijgt.

Het congrescentrum fungeert sinds circa drie jaar als crisisnoodopvang voor vluchtelingen; het contract met het COA loopt op 1 oktober af en wordt niet verlengd. De zaak draait nu om de juridische geldigheid van het voorkeursrecht, de vraag wie er daadwerkelijk koper-rechten heeft en de afwezigheid van schriftelijke afspraken.