Geldgebrek bij kapotte bruggen kan ook sympathie voor watertoerisme schaden | LC commentaar
In dit artikel:
Geldgebrek zet Friese bruggen steeds meer onder druk, met gevolgen voor bereikbaarheid en het imago van het watertoerisme. Waar vroeger religieuze overtuigingen bepaalden dat veel bruggen op zondag dichtbleven — een bekend voorbeeld uit 1928 betrof een Uruguyaanse gezant die strandde bij een gesloten brug bij Warns — draait de hedendaagse praktijk om economische belangen: bruggen gaan tegenwoordig dagelijks open voor pleziervaart.
Historische tolheffingen met de zogeheten “klompjes” werden in 2012 nog door Koningin Beatrix gewaardeerd, maar sindsdien zijn die heffingen grotendeels afgeschaft na politieke druk en lobby van de recreatiesector. Provinciale instanties en de organisatie Marrekrite investeren sindsdien in gratis aanlegplekken voor watersporters; die plekken zijn populair, maar trekken ook verwaarloosde boten en deels dakloze bewoners aan.
Nu raakt Rijkswaterstaat door bezuinigingen in de problemen: kapotte bruggen worden niet altijd gerepareerd of vervangen. Een recent prangend voorbeeld is de Scharsterrijnbrug in de A6 bij Joure: door een defecte motor blijft de brug gesloten voor schepen omdat er geen budget is voor herstel. Watersportbrancheorganisaties, zoals HISWA-Recron, waarschuwen dat zulke gevallen het imago van de Friese watersport kunnen schaden.
De situatie leidt tot maatschappelijke spanning. Sommige inwoners vinden dat watersporters zelf moeten bijdragen aan onderhoud, en wijzen op onevenwichtigheid omdat automobilisten via wegenbelasting meebetalen aan infrastructuur die ook door de pleziervaart wordt gebruikt. Andere dorpen kampen met bereikbaarheidsproblemen waardoor het prioriteren van geld voor toerisme politiek gevoeliger wordt.
De kernvraag is of belastinggeld bedoeld is om toeristen te faciliteren of juist om lokale belangen en bereikbaarheid te beschermen. Met verouderde bruggen en krappe budgetten zal de discussie vaker terugkeren; politici moeten helder uitleggen welke keuzes ze maken en waarom, want de Friese sympathie voor het watertoerisme blijkt niet onvoorwaardelijk.