Geen vierde supermarkt in Bolsward, maar wel vijf in Stiens. Hoe zit dat? 'Je krijgt altijd een gevecht'

zaterdag, 9 mei 2026 (07:43) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

In Bolsward ontstond recent verbazing toen de gemeente Súdwest-Fryslân de komst van een vierde supermarkt blokkeerde, terwijl vergelijkbare kernen zoals Stiens en Joure tot vijf filialen toelaten. De discussie illustreert hoe grootgrutters, projectontwikkelaars en gemeenten voortdurend met elkaar in de clinch liggen over nieuwe supermarktvestigingen.

Jeroen van der Weerd, zelfstandig adviseur en zogenoemde ‘supermarktgeograaf’ die voor ketens als Albert Heijn, Jumbo en Dirk werkt, brengt zulke plannen lokaal in kaart. Hij onderzoekt onder meer concurrentie, type huishoudens en omzetpotentieel voordat een formule écht investeert: het openen van een supermarkt betekent miljoenen euro’s risico. Vaak volgt jarenlang touwtrekken, soms met procedures tot aan de Raad van State; het kan in uitzonderlijke gevallen wel tien jaar duren tussen idee en opening, maar in andere gevallen is het binnen een paar jaar rond.

Het conflict gaat verder dan prijsconcurrentie in de schappen. Gemeenten voeren strikt ruimtelijk beleid omdat een onverwachte vestiging grote gevolgen kan hebben voor bestaande winkelgebieden. Een supermarkt fungeert als trekker: haalt die klantenstroom weg uit het centrum, dan kunnen omringende winkeliers in korte tijd in de problemen komen en sluiten, wat de leefbaarheid van een wijk aantast. Daarom houden ambtenaren plannen nauwlettend in de gaten en grijpen zij soms meteen in, ook al staat het bestemmingsplan formeel ruimte toe.

Gemeenten beschikken over verschillende instrumenten om locaties te sturen: maximumaantallen vierkante meters voor detailhandel, functieaanduidingen in bestemmingsplannen en steeds vaker zogenaamde ‘paraplubestemmingsplannen’ die de gemeente het laatste woord geven. Die bevoegdheden verklaren waarom supermarktformules hun plannen vaak geheim houden. Van der Weerd merkt echter dat sommige gemeenten volgens hem doorschieten met regels en gebrek aan kennis: er verschijnen volgens hem soms argumenten en weigeringen die niet goed aansluiten bij hoe exploitatie en marges van supermarkten werken. “Sommige gemeenten schieten door,” zegt hij.

Adviezen van deskundigen zoals Van der Weerd zijn gebaseerd op vestigingsplaatsonderzoek: analyse van inwoneraantallen, bestaand aanbod en omzetverwachtingen. Naast omzet is de winstmarge kritisch; supermarkten hebben relatief lage marges en hebben daarom vaak 1.200–1.400 m2 nodig om het assortiment en de exploitatie rendabel te houden. Als risico’s te groot lijken, adviseert hij opdrachtgevers naar alternatieve locaties te kijken.

Kort samengevat: de komst van nieuwe supermarkten is niet alleen een commerciële afweging maar raakt ook ruimtelijke ordening, leefbaarheid en lokale politiek. Van der Weerd pleit voor meer kennis bij gemeenten en waarschuwt tegen te strikte belemmeringen die gezonde concurrentie en marktontwikkelingen kunnen frustreren.