Geen idee waar ik het lef vandaan haalde maar ik deed het I column Maaike Borst

zaterdag, 9 mei 2026 (10:12) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Op elfjarige leeftijd verdiende de verteller voor het eerst eigen geld door op straat saxofoon te spelen: met hoed, muziekstandaard en een open koffer verdiende hij genoeg om een draagbare radiocassettespeler van honderd gulden te kopen. De herinnering aan het muntjes tellen bij het bankkantoor en een winkelmedewerker die hem vroeg elders te gaan staan blijven hangen. Later stopte hij met straatmuziek toen hij zijn stereotoren met dubbelcassette en cd-speler kon kopen; de saxofoon was bovendien niet zijn aankoop.

Die persoonlijke terugblik wordt gekoppeld aan het heden: zijn zoon heeft nu een baantje. Het roept moederlijk geweeklaag en trots op; het idee dat een kind ineens zegt dat hij "vrijdagavond moet werken" voelt onverwacht volwassen. Tegelijk merkt hij op dat jonge mensen soms liever geld verdienen dan echt te werken voor het werk zelf — de zoon wil met vrienden op vakantie dit zomer en voelt blijkbaar de noodzaak om zelf te betalen. Ouderlijke adviezen over onafhankelijkheid en kameraadschap op het werk helpen weinig; beginnen met werken gebeurt pas als het voor jezelf nodig voelt.

Tussendoor deelt de auteur korte anekdotes: een broer met een krantenwijk en een hulpvaardige cavia, en een periode werken in een bejaardentehuis waar vooral de geur blijft hangen en af en toe een snoepje werd toegestopt. Ook wijst hij op veranderde regels: straatmuzikanten hebben tegenwoordig vergunningen, iets wat hij begrijpt, maar hij vindt dat winkels ook kwaliteit mogen eisen van de muziek die ze hun klanten aandoen.

Het stuk reflecteert op kleine levensrites: het eerste eigen geld, de trots van ouders, veranderende regels in de openbare ruimte en de manier waarop financiële zelfstandigheid volwassen maakt.