Geen idee waar ik het lef vandaan haalde maar ik deed het | column Maaike Borst

zaterdag, 9 mei 2026 (10:57) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Op elfjarige leeftijd verdiende de auteur voor het eerst eigen geld door saxofoon te spelen op straat: hoed op, muziekstandaard en een open koffertje. Met het muntgeld kocht ze een draagbare radiocassettedeck van 100 gulden en liep daarna naar het bankkantoor om de opbrengst te storten. Ze herinnert zich fragmenten van liedjes en het moment dat een winkelmedewerker haar vriendelijk verzocht ergens anders te gaan staan. Tegenwoordig is straatmuziekers in veel steden aan een vergunning gebonden; de schrijfster begrijpt dat, maar suggereert dat winkels óók aan kwaliteitsnormen mogen worden gehouden.

Het verhaal schakelt naar familieherinneringen: een broer met een krantenwijk en klusjes als folders vouwen, en later een baan in een bejaardentehuis waar ze koffie ronddeed en soms een snoepje kreeg. Die banen symboliseren de eerste stappen richting zelfstandigheid en het leren omgaan met geld.

Centraal staat ook de reactie op haar zoon, die inmiddels zijn eigen geld verdient en daardoor plots volwassen overkomt — hij zegt dat hij vrijdagavond moet werken en dat hij “geen zin heeft om te werken, wel om geld te verdienen.” Die tegenstelling tussen willen verdienen en de bereidheid om te werken raakt aan hedendaagse ideeën over werk, inkomen en zingeving bij jongeren. Deze zomer gaat hij voor het eerst met vrienden op vakantie, een mijlpaal die het belang van eigen inkomsten onderstreept.

Uiteindelijk ruilde de auteur haar soundmachine in voor een stereotoren met cd- en dubbelcassettedeck, en stopte ze met straatspelen — deels omdat het instrument niet door haarzelf was betaald. Het stuk is een kleine levensschets over eigen inkomsten, de trots van gezinsleden en hoe eerste baantjes bijdragen aan volwassen worden, met een knipoog naar veranderende regels rond straatmuziek en moderne houdingen ten aanzien van werk.