Geef me een gaatje en ik schaam me rot | column Jantien de Boer
In dit artikel:
De column beschrijft hoe de vertelster geregeld door schaamte wordt overvallen en hoe kleine, alledaagse momenten dat gevoel oproepen. Ze begint met een gesprek met een man (X.) die schaamte alleen herkent wanneer hij tegen zijn wil in meegesleept wordt in de polonaise; de schrijfster beoordeelt dat gevoel als mager. Daarna volgt een reeks persoonlijke anekdotes: het gevoel van misplaatste witte gymschoenen tussen hakken, het bellen van de dierenambulance voor een verwarde vleermuis en het midden in de nacht delen van filmpjes daarvan, en het onaangename serveren van smakeloze meelkoekjes door een huisgenoot.
Een ander voorval speelt zich af in Sneek, waar ze onhandig inparkeert en zich meteen gaat excuseren tegenover een vrouw met een oude caravan die zich niets aantrekt van uiterlijk vertoon. In tegenstelling tot de schrijver schaamt die vrouw zich niet; hetzelfde geldt voor huisgenoot W., die luchtig omgaat met een pincodeblunder aan de kassa. Die confrontaties brengen de schrijfster tot de conclusie dat het soms helpt jezelf klein te durven maken — en dat anderen vaak veel minder bezig zijn met oordeel dan je denkt.
Het stuk verwijst naar het tv-personage Roelien uit Gooische Vrouwen als een etiket voor ouderwetse, onopgesmukte zorgzaamheid, een rol die de schrijfster uiteindelijk omarmt. Ze sluit af met een beeld van praktische, liefdevolle eenvoud: het uitzetten van salamanders in een vijver, koffiedrinken met de mussen en het controleren van een rattengang in de tuin. Waar schaamte aanvankelijk klein maakt, blijkt uiteindelijk berusting in kleine, zorgzame handelingen bevrijdend te zijn.