Geboortebeperking van grauwe ganzen in Himpensermarpolder vlak bij Leeuwarden: prik, prik en nog eens 133 keer prik

zondag, 19 april 2026 (07:26) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Friesland is overwoekerd door ganzen: in bermen, tuinen van recreatiehuisjes en op de frisgroene raaigrasvelden scharrelen grote groepen grauwe ganzen die hier niet alleen overwinteren, maar ook al broeden. Door het eiwitrijke grasland is het gebied aantrekkelijk voor de vogels, wat boeren jaarlijks flinke vraatschade oplevert. De provincie Fryslân staat vanwege die schade vrijwel onbeperkte maatregelen toe: bejagen, maar ook het vroeg in het seizoen aantasten van eieren (prikken, schudden of oliën) om het aantal kuikens te verminderen.

Op het veldwerk zie je het dagelijks: vrijwilligers en pachters trekken door polders om nesten te zoeken. Twee mannen in de Himpensermarpolder — onder meer de 80-jarige Lolke van der Meer — prikten die ochtend 21 nesten en 135 eieren met eenvoudige priemen. Ze laten altijd één of twee eieren ongemoeid om de ouders iets over te laten. Het ingrijpen voelt voor hen als een noodzakelijke, maar weinig bevredigende maatregel; sommige eieren zijn haast onbruikbaar en het effect op de populatie betwijfelen ze zelf.

Jagers spelen een grote rol in het beheer. In gebiedscoöperatie It Lege Midden telde een jagersvereniging dit seizoen tienduizenden ganzen: onder andere 6.807 brandganzen en 2.602 grauwe ganzen. Volgens de Friese Fauna Beheereenheid schoten Friese jagers vorig jaar zo’n 41.700 van naar schatting 80.000 grauwe ganzen. Jagers mogen bepaalde ganzen van oktober tot en met mei lokken en bestrijden; grauwe ganzen kunnen zelfs het hele jaar worden geschoten. Het provinciebestuur heeft een doel gesteld: binnen drie jaar mag de Friese populatie grauwe ganzen niet meer dan 9.000 exemplaren bedragen.

De financiële consequenties zijn groot. In 2024 werd aan schade door grauwe ganzen bijna 7 miljoen euro uitgekeerd; in 2025 bedroeg de totale vraatschade-uitkering circa 20 miljoen euro, waarvan bijna de helft aan grauwe ganzen werd toegeschreven. Tegelijkertijd wordt veel geld besteed aan weidevogelbeheer, wat lokaal tot frustratie leidt wanneer maatregelen tegen predatoren of andere ingrepen het landschap veranderen.

Onderzoekers en sommige veldwerkers twijfelen aan de effectiviteit van alle maatregelen. Ganzenonderzoeker Berend Voslamber merkte eerder op dat al het ingrijpen de vogels mogelijk naar veiliger plekken dwingt (steden, wegbermen), en dat er misschien meer ganzen zijn dan zonder dat beheer. Kortom: Friesland kampt met een complex en emotioneel beladen ganzenprobleem waarin landbouwbelangen, natuurbeheer, jagers en vrijwilligers met elkaar botsen over wat effectief en acceptabel is.