Geboortebeperking van grauwe ganzen in Himpensermarpolder: prik, prik en nog eens 133 keer prik

zondag, 19 april 2026 (12:12) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

In Friesland zwermen grootschalig grauwe ganzen door bermen, tuinen en frisgroene raaigraslanden; het voedselrijke gras heeft van de provincie een onbedoelde broedplaats gemaakt, zodat ganzen hier niet alleen overwinteren maar ook gaan nestelen. Boeren melden steeds meer vraatschade aan hun weilanden; in 2024 betaalde de provincie bijna 7 miljoen euro alleen aan schade door grauwe ganzen, en in 2025 bedroeg de totale vraatschade uitkeringen circa 20 miljoen euro, waarvan 49% aan grauwe ganzen werd toegeschreven. Daarom staat Fryslân het hele jaar door onbeperkt afschot van grauwe ganzen toe en wordt actief ingegrepen in de voortplanting: eieren worden geprikt, geschud of met olie bewerkt om uitkomen te voorkomen.

Op een winderige ochtend in de Himpensermarpolder bij Leeuwarden prikken vrijwilligers als Jan Sinnema (73) en de molenaar Lolke van der Meer (80) eieren om nesten te ontmoedigen. Tijdens één ronde vonden ze 21 nesten en prikten ze 135 eieren; ze laten bewust één à twee eieren ongemoeid zodat de ouders niet helemaal zonder blijken komen te zitten. De mannen zien het werk als een kleine bijdrage tegen grote schade: het voelt voor hen aan als ‘een soort aborteren’, maar beter dan niets. De uitslag van hun tellingen gaat via Staatsbosbeheer naar de provincie.

Ook jagers leveren een flinke bijdrage aan de regulering. Jager Titus Sijmonsma en zijn vereniging tellen duizenden ganzen in hun beheergebied: op ruim 5.500 hectare werden dit seizoen onder meer 6.807 brandganzen en 2.602 grauwe ganzen geteld. In Friesland werden vorig jaar volgens de Fauna Beheer eenheid ongeveer 41.700 van naar schatting 80.000 grauwe ganzen geschoten. Het provinciebestuur wil de grauwe populatie binnen drie jaar terugbrengen tot maximaal 9.000 exemplaren. In enkele gebieden, zoals Natura 2000 De Deelen, zijn duizenden eieren al behandeld (bijvoorbeeld 12.000 eieren daar).

De maatregelen roepen discussie op. Voorstanders — waaronder boeren en jagers — wijzen op economische schade en vinden afschot en eierbehandeling noodzakelijk. Tegenstanders en sommige onderzoekers waarschuwen dat alle ingrepen het gedrag van ganzen veranderen: de vogels wijken uit naar stedelijke randen, wegbermen en andere ‘veilige’ plekken. Ganzendeskundige Berend Voslamber schreef dat het hele dossier complex is en vermoedt dat het menige maatregel juist heeft bijgedragen aan meer zichtbare ganzenpopulaties, al ontbreekt gedegen onderzoek om dat te staven.

Kortom: Friesland is door voedselrijke graslanden een nijpend ganzengebied geworden, met een mix van juridische toestemmingen, vrijwilligerswerk, jacht en beleidsdoelen die proberen schade te beperken maar tegelijk de verspreiding en aantallen van ganzen beïnvloeden — en daarmee maatschappelijke en ecologische vragen oproepen.