Ga je naar een voetbalwedstrijd in de VS dit WK? Houd dan je creditcard bij de hand
In dit artikel:
Bijna driekwart van het toernooi (78 van de 104 wedstrijden) wordt in de Verenigde Staten gespeeld, en Europese supporters die naar het WK afreizen krijgen volgens Nederlandse fan Thomas Wetting vooral een financiële cultuurshock. De 23‑jarige Leeuwarder woont in Portland en bezoekt geregeld wedstrijden van Portland Timbers/Thorns, maar merkt dat voetbal in de VS nog niet dezelfde massale supporterscultuur heeft als in Europa — en dat heeft gevolgen voor prijsstelling en sfeer tijdens het WK.
Om grote publieksaantallen te huisvesten zijn veel Amerikaanse football‑stadions omgebouwd voor soccer; bestaande voetbalstadions zouden te klein zijn. Desondanks zijn veel kaarten volgens Wetting nog te koop, wat kan duiden op tegenvallende bezoekersaantallen. Voor reizigers tellen echter de kosten: vliegtickets, logies en wedstrijdkaarten kunnen snel richting de tienduizenden euro’s lopen. Eenmaal in en rond het stadion loopt de rekening verder op door hoge consumptieprijzen (bier kan al rond 14 dollar liggen) en een sterke fooicultuur waarbij kassa’s en bediening vaak om 15–25% extra vragen.
Logistiek werkt dat ook door: veel stadions liggen buiten de stad en de VS is autoland; wie afhankelijk is van Uber of Lyft krijgt met toeslagen en soms geannuleerde ritten te maken. Thomas laat zich daardoor niet verleiden tot WK‑bezoek en noemt kaartprijzen voor verre plaatsen en premiumplaatsen die sterk uiteenlopen.
Een uitzondering is Atlanta: daar heeft stadion‑eigenaar Arthur Blank aangekondigd dat snacks en drank betaalbaar blijven; volgens USA Today kost een hotdog er circa 2 dollar, water 3 en een tapbiertje 5. Al met al is de boodschap voor Europese fans: houd rekening met hoge kosten, andere stadiongewoonten en logistieke uitdagingen als je naar de Verenigde Staten reist voor het WK.