Friestalige ouders, toch Nederlandstalig opvoeden: doorgeven van het Fries aan jonge generatie onder druk

woensdag, 27 mei 2026 (06:43) - Friesch Dagblad

In dit artikel:

De taalatlas 2026 laat zien dat de overdracht van het Fries aan jongere generaties onder druk staat in Fryslân. Onder paren die beide Fries spreken gebruikt circa 1 op de 10 toch Nederlands (of een andere taal) in de onderlinge communicatie, en een vergelijkbaar aandeel spreekt niet-Fries tegen de kinderen. In huwelijken of samenwonenden met één Fries- en één Nederlandstalige ouder domineert Nederlands nog vaker in de omgang met de kinderen.

Kinderen blijken zelf ook minder vaak Fries terug te spreken naar hun ouders, en tussen broers, zussen en vriendjes is Nederlands nog sterker ingeburgerd: iets meer dan een derde van de kinderen gebruikt hoofdzakelijk Fries. Gemiddeld zegt ongeveer 42% van de respondenten Fries tegen de partner te spreken (tegen 47% in 2007); waar het spreken door ouders richting kinderen ooit bijna 60% bedroeg (1980), is dat nu onder de helft.

Het onderzoek is gebaseerd op ingevulde enquêtes en een openbare online vragenlijst, wat volgens het rapport mogelijk een vertekening veroorzaakt omdat taalactivisten eerder geneigd zijn deel te nemen; het rapport stelt dat die vertekening beperkt zou zijn maar motiveert dat niet uitvoerig.

Gedeputeerde Eke Folkerts benadrukt de positieve kant: luister- en spreekvaardigheid in het Fries liggen vergelijkbaar met eerdere metingen en lees- en schrijfvaardigheid lijken vooruitgegaan – circa 58% geeft aan (vrij) goed Fries te kunnen lezen en 19% schrijven, tegen 46% en 10% in 2007.

Kortom: het Fries blijft aanwezig in Fryslân, maar de praktijk toont verschuivingen richting het Nederlands binnen gezinnen en onder kinderen; beleidsmakers en taalbehartigers zullen moeten afwegen hoe ze die doorgave tussen generaties kunnen versterken.