Friese marinebaas bij de NAVO ziet missie in Groenland wel zitten: 'Realistische optie. Maar is het genoeg voor Trump?'
In dit artikel:
Arjen Warnaar (61) uit Noordwolde-Zuid draagt na een jaar het commando over van Standing NATO Maritime Group 1, de snelle NAVO-reactiemacht op zee die sinds 1968 bestaat. Warnaar dirigeerde in 2025 een doorgaans uit zo’n zes schepen bestaand verband — vaak met Nederlandse marineschepen als vlaggenschip — en geeft donderdagochtend in Den Helder het bevel door aan een Spaanse opvolger. De overdracht is een strikt militaire NAVO-ceremonie; Nederlandse kabinetspolitici zijn niet bij de plechtigheid aanwezig.
Het afgelopen jaar voer Warnaar vooral in noordelijke wateren: de Oostzee, de Noorse Zee, de Barentszzee, rond IJsland en in de Straat Denemarken, met meerdere langere periodes in wat hij de High North noemt (noordelijk van Bodø). Een belangrijk onderdeel van zijn taak was deelname aan Baltic Sentry, een NAVO-operatie die gericht is op het beschermen van onderzeese vitale infrastructuur — kabels en leidingen voor dataverkeer en stroom — tegen sabotage. Volgens Warnaar werden veel incidenten in het begin van 2025 aan onderzeese activiteiten van Russische of aan Rusland gelinkte schepen toegeschreven; na een periode van wekelijkse beschadigingen viel het werk enige tijd stil, iets wat hij ziet als een teken dat de NAVO-reactie effectief is geweest.
Na de NAVO-top in Den Haag in juni verschoof de aandacht van Warnaar en zijn vloot opnieuw naar het noorden, met patrouilles en oefeningen in het gebied tussen Groenland, IJsland en het Verenigd Koninkrijk. Groenland staat hoog op de veiligheidsagenda nadat uitspraken van de Amerikaanse president over het strategische belang van het eiland spanningen veroorzaakten; Europese leiders en ook Denemarken benadrukken dat Groenland bij Denemarken hoort. Als reactie op de geopolitieke druk wordt in Europa nu gesproken over een permanente of versterkte NAVO-aanwezigheid rond Groenland, in voorstellen vaak aangeduid als Arctic Sentry — naar het voorbeeld van Baltic Sentry.
Volgens Warnaar is een dergelijke Arctic Sentry militair haalbaar; de NAVO beschikt over de kennis en ervaring om in koude, afgelegen wateren te opereren en hij zegt zelf al vergelijkbare diensten verricht te hebben. Of zo’n missie er komt en in welke omvang, is een politieke beslissing. Versterking van maritieme capaciteit in het hoge noorden vergt aanzienlijke investeringen, terwijl sommige partijen waarschijnlijk méér willen dan alleen een tijdelijke NAVO-aanwezigheid. Tegelijk benadrukt Warnaar dat de maritieme focus van de NAVO al naar het noorden schuift — Rusland heeft daar met de basis bij Moermansk zijn grootste vloot — en dat oefeningen en zichtbaarheid in die regio noodzakelijk zijn.
Na een jaar zonder vakantie kijkt Warnaar uit naar rust en tijd thuis in Noordwolde; hij verwacht voorlopig geen directe betrokkenheid bij een eventuele nieuwe Groenland-missie en wil eerst het commando officieel overdragen en bijtanken.