Friese economiewethouders moeten aan de bak | LC commentaar
In dit artikel:
In de aanloop naar de Friese gemeenteraadsverkiezingen lag de nadruk vrijwel uitsluitend op wonen, terwijl economisch beleid amper aan bod kwam. Dat is zorgelijk omdat geld voor woningbouw, zorg, onderwijs en sport eerst verdiend moet worden. Op het eerste gezicht oogt de Friese economie stabiel—weinig grote schokken, werkloosheid rond 4 procent—maar achter die façade knipperen alarmlichten.
Rabobank waarschuwde vorig jaar juli voor een voortgaande verschraling: Friesland mist zogeheten stuwende bedrijvigheid—bedrijven die buiten de regio verkopen en nieuw geld aanvoeren—waardoor er weinig middelen overblijven voor onderzoek, innovatie en investeringen. Planbureau Fryslân gaf een vergelijkbare waarschuwing; directeur Arjen Droog riep op dat “we moeten verbeteren”. De demografische druk (dubbele vergrijzing, laag geboortecijfer en vertrek van jongeren) vergroot de urgentie.
Een groep jonge werkenden bundelde ideeën in het startdocument ‘Ús takomst’, dat recent werd gepresenteerd, net op tijd voor de coalitieonderhandelingen. Veel verkiezingsprogramma’s bevatten losse voorstellen—bedrijvenkavels in dorpen, minder regels voor ondernemers, vergroening van bedrijventerreinen, herbestemming van boerderijen—maar er ontbreekt een samenhangende strategie die een fundament legt voor exportgerichte, innovatieve bedrijven.
Met provinciaal beleid dat volgens het commentaar weinig inhoud biedt, ligt de taak nu bij gemeenten om het economische initiatief te nemen. In een onzekere wereld (zoals door geopolitieke schokken) vraagt Friesland om doortastend, samenhangend economisch beleid—en om wethouders die economie als prioriteit claimen.