Fries taalbeleid verdient grondiger basis dan de Taalatlas biedt

zondag, 31 mei 2026 (14:00) - Friesch Dagblad

In dit artikel:

De Taalatlas 2026 laat volgens Gedeputeerde Staten zien dat meer Friezen (goed) Fries kunnen lezen en schrijven: 58% zegt (heel) goed te kunnen lezen versus 46% in 2007; leesvaardigheid groeide ook in andere klassen. Het provinciebestuur gebruikt die cijfers om een positief beeld van de taalsituatie te schetsen, maar het artikel waarschuwt dat die conclusie te eenzijdig is.

Belangrijke zorgen uit de atlas worden namelijk onderbelicht: binnen koppels en tegenover kinderen wordt Fries minder gesproken, en kinderen communiceren onderling steeds vaker in het Nederlands. Omdat jongeren minder Fries gebruiken dan ouderen, wijst dat op een verzwakking van de taal op de langere termijn en een mogelijk afnemende overdracht tussen generaties.

Daarnaast werpt de gebruikte onderzoeksmethode vragen op. De Taalatlas werkt met post- en online-enquêtes, waardoor mensen die al affiniteit met het Fries hebben waarschijnlijk oververtegenwoordigd zijn. Die zelfselectie kan een rooskleurig beeld geven; onderzoekers weten echter niet precies hoe groot die vertekening is.

Daarom pleit het artikel voor het herinvoeren van representatieve deur-aan-deur-onderzoeken, zoals die tot in de jaren negentig werden gedaan. Huisbezoeken leveren een betrouwbaardere steekproef op en kunnen onthullen of het Fries werkelijk stabiel gebleven is of dat de positieve trends in de atlas te optimistisch zijn. Hoewel zo’n veldonderzoek eenmalig meer geld en politiek risico kost — de uitkomst kan minder gunstig zijn — is het volgens de auteur noodzakelijk: degelijk taalbeleid vereist betrouwbare, representatieve data over gebruik en overdracht van het Fries.