Fries leren helpt je bij van alles, en daar past een steuntje bij, geen oordeel
In dit artikel:
Dr. Bianca Bijlsma‑Smoorenburg betoogt dat het leren van Fries cruciaal is voor de ontwikkeling en toekomst van Friese kinderen, maar dat tegelijkertijd respect voor meertaligheid en persoonlijke taalkeuze essentieel blijft. Recente wijzigingen in de kerndoelen (zoals aangekondigd in de media, onder meer door de NOS op 19 februari) plaatsen Fries als tweede Rijkstaal steviger in het onderwijs: kinderen moeten op school vaker Fries spreken en schrijven. Die provinciale inzet sluit aan bij het karakter van Friesland als meertalige provincie.
Over het aantal gezinnen dat thuis Fries spreekt bestaan uiteenlopende cijfers, deels door verschillende meetmethodes. Onderzoeker Geert Driessen stelde in 2016 — op basis van oudere data — dat nog maar een derde van de ouders thuis Fries sprak; latere onderzoeken van de Fryske Akademy (2018) en het CBS (2025) rapporteerden respectievelijk ongeveer 60% en 42%. Omdat vergelijkingen lastig zijn vanwege verschillen in definities en meetwijzen, vindt Bijlsma‑Smoorenburg het precieze teller‑cijfer minder relevant voor opvoeders dan inzicht in waarom en waar kinderen genoeg contact met het Fries hebben om het goed te leren.
De voordelen van meertaligheid staan centraal in haar betoog: meertalig opgroeien bevordert hersenontwikkeling, vergemakkelijkt het leren van nieuwe vaardigheden en draagt bij aan sociale verbindingen en arbeidskansen in een regio waar Fries nog veel gebruikt wordt. Taal maakt deel uit van identiteit; het afwijzen van iemands moedertaal kan leiden tot uitsluiting en demotivatie. Daarom pleit zij ervoor om ouders te motiveren met positieve argumenten over meertaligheid in plaats van te waarschuwen voor uitsterving van het Fries.
Praktisch advies: ondersteun de thuistaal vanaf de geboorte met veel praten en voorlezen — dat vergemakkelijkt het leren van een tweede taal. Kinderen die alleen Nederlands thuis spreken hebben toegang nodig tot Friestalige familie, buurtgenoten en een passend aanbod in kinderopvang en school om Fries te leren en te durven gebruiken. De provinciale maatregelen passen in die aanpak, maar er is meer onderzoek nodig naar welke onderwijsinterventies het meest effectief zijn; waakzaamheid en langdurige evaluatie worden aanbevolen.
Dwingen om Fries te spreken werkt contraproductief en tast sociale inclusie aan — Bijlsma‑Smoorenburg verwijst daarbij naar de symboliek van Grutte Pier en een bekend Fries zinnetje dat vroeger werd gebruikt om iemands ‘echtheid’ te meten. Haar slotboodschap: koester en waardeer ieders taalidentiteit om een gezonde, inclusieve Friese mienskip te behouden. Zij is orthopedagoog, voormalig senioronderzoeker bij Planbureau Fryslân, moeder en oma.