Frankrijk kleurde niet helemaal NAVO-blauw en investeerde in eigen militaire macht | opinie

donderdag, 15 januari 2026 (11:57) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Op een kaart van het naoorlogse Europa tekent zich een duidelijke scheidslijn: West-Europa plooide zich onder Amerikaanse bescherming, het oosten verloor zijn vrijheid, en daartussen ontwikkelde zich de dreiging van een oorlog die nooit uitbrak. Op die kaart valt Frankrijk op omdat het, hoewel geassocieerd met het westen, bewust een andere kleur koos. De centrale figuur achter die afwijking is Charles de Gaulle. Zijn ervaringen uit de Tweede Wereldoorlog maakten hem wantrouwig ten opzichte van externe garanties; afhankelijkheid kon volgens hem gevaarlijk zijn als geopolitieke belangen veranderden.

Als reactie op die lessen koos Frankrijk in de Koude Oorlog voor strategische autonomie. In plaats van volledig te leunen op collectieve veiligheid binnen de NAVO bouwde het land een onafhankelijk leger, een eigen defensie-industrie en uiteindelijk een nationale kernmacht: de Force de Frappe. Deze nucleaire capaciteit moest Parijs het laatste woord geven over beslissingen van oorlog en vrede. De Franse koers leidde in 1966 tot een formele terugtrekking uit de geïntegreerde militaire structuur van de NAVO — geen breuk met het Westen, maar een poging om deelname aan bondgenootschappen onder eigen voorwaarden te houden.

Zelfstandigheid beperkte zich niet tot militaire zaken. Economisch en technologisch zocht Frankrijk eveneens autonomie: grootschalige inzet op kernenergie minimaliseerde afhankelijkheid van buitenlandse brandstoffen, en prestigieuze projecten zoals de Concorde dienden om te tonen dat Frankrijk Europa technologisch kon aanvoeren in plaats van volgen. Deze combinatie van nationalistische trots en praktische zelfvoorziening oogstte zowel bewondering als irritatie — bewondering om het zelfvertrouwen en de industriële slagkracht, kritiek vanwege het verstorende effect op westerse samenwerkingen.

De auteur, geschiedenisdocent Hendrik Atze van Doezum, gebruikt die historische blauwdruk om een hedendaagse les te trekken: zelfstandigheid lijkt koppig zolang samenwerking vanzelfsprekend is, maar krijgt een ander aanzien wanneer nationale belangen weer op de voorgrond treden — zoals recent rond discussies over territoria als Groenland. De vraag die overblijft is hoe toekomstige kaarten van Europa eruit zullen zien en in hoeverre landen hun autonomie of integratie prioriteren wanneer spelregels veranderen.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Wilfred Genee gaat In de Wandelgangen verder in op podcast met Jaimie Vaes: 'Dan verbaast me dat'