FNP had kandidaat op de lijst met een strafblad. 'Dat dogge we leaver net'
In dit artikel:
De Friese partij FNP stond bij de Kamerverkiezingen op met een kandidaat (nr. 25) die eerder veroordeeld is voor verduistering; het bestuur van de partij wist daar niet van. De rechtbank bevestigt dat de man in 2023 een taakstraf van 120 uur kreeg opgelegd nadat hij in 2021 tijdens het helpen van een vrouw bij het afsluiten van een hypotheek €2.058 uit een bouwdepot op zijn eigen rekening had overgemaakt. De rechtbank oordeelde dat dit vertrouwen schond; er is geen hoger beroep ingesteld.
Politieke kandidaten mogen wettelijk gezien een strafblad hebben — dat is niet verboden en in het verleden waren er ook Kamerleden met veroordelingen. De Kiesraad toetst lijsten technisch, maar controleert niet op strafrechtelijke antecedenten; partijen kunnen zelf om een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) vragen, maar de FNP deed dat niet.
FNP-voorzitter Jan Arendz zegt dat het partijbestuur niet op de hoogte was van de veroordeling en dat, als dat wel zo geweest was, de man waarschijnlijk niet op de lijst terechtgekomen was. De partij voerde intern onderzoek uit maar vond volgens Arendz geen bewijs waarmee protocollen voor maatregelen in werking konden treden. De kandidaat zelf weigerde aanvankelijk telefonisch commentaar; later stelde hij per bericht dat er geen feitelijk of juridisch verband met de strafzaak bestaat.
De kandidaat kreeg bij de verkiezingen nauwelijks steun: in zijn eigen gemeente werd hij slechts één keer aangevinkt. De zaak legt een dilemma bloot voor kleine partijen over de mate van antecedentenonderzoek bij kandidaten en de vraag welke procedures gevolgd moeten worden om reputatierisico’s te beperken.