Flyers gaan terug naar de eredivisie. 'Ik voel me een beetje leeg'
In dit artikel:
Flyers Heerenveen heeft onlangs besloten na tien jaar de CEHL (de hoogste ijshockeycompetitie van Nederland en België) te verlaten en terug te keren naar de Nederlandse eredivisie. De keuze is vooral ingegeven door financiële overwegingen, maar sportief heeft het vertrek veel emoties opgeroepen binnen de club en de spelersgroep.
Spelers reageerden uiteenlopend: jeugdproduct Lennart Vosmer zegt zich „een beetje leeg” te voelen na het besluit, terwijl Viktor Nordemann verrast is en vreest voor een leegloop van de selectie. Keeper Martijn Oosterwijk meldt drukte rond zijn beschikbaarheid en benadrukt dat hij ondanks zijn leeftijd (36) nog ambities heeft om meer interlands te halen. Algemeen leeft de zorg dat de eredivisie nu minder intensief is qua trainingsaanbod — doorgaans minder ijstrainingen en wedstrijden per weekend — wat ontwikkeling van jonge spelers kan remmen.
Bondscoach Doug Mason pleit juist voor dat de eredivisie snel naar een hoger wedstrijd- en trainingsniveau groeit; hij zou liefst ook clubs als Geleen en Den Haag terugzien in de competitie. IJshockey Nederland-voorzitter Danny Micola en scheidsrechterbaas Martin de Wilde steunen de stap; De Wilde wijst op de aantrekkingskracht van lokale derby’s tegen ploegen als Capitals en GIJS en zegt dat de eredivisie geleidelijk aan dubbele speelweekenden aankan.
Sportief gezien heeft het besluit direct gevolgen: coach Mike Nason, die Flyers jarenlang leidde en talloze prijzen won (BeNe-League, landstitels, bekers), vertrekt en zoekt een buitenlandse stap. Al met al markeert de stap van Flyers een omslagpunt: financieel noodzakelijk voor de club, maar met discussie over sportief niveau, spelersbehoud en de toekomst van het Nederlands topschaakijshockey.