Flora Engelander-Cohen raakte alles kwijt in de oorlog, maar overleefde zelf in de Alde Feanen
In dit artikel:
Klaas Elgersma (73) uit Stiens publiceert op maandag 4 mei een roman over het leven van Flora Engelander‑Cohen, een Joodse vrouw die tijdens de Tweede Wereldoorlog ondergedoken zat op boerderij Cuba in de Alde Feanen bij Earnewâld. Elgersma onderzocht haar verhaal vier jaar lang nadat hij bij toeval via Geertje — Flora’s dochter die hij op een boekenbijeenkomst in Warten ontmoette — over haar hoorde spreken. Hij sprak met Geertje en haar zus Joosje, dook in archieven in Den Haag en sprak met de huidige bewoners van de boerderij, die zelf niets wisten van de oorlogsgeschiedenis van Cuba.
Flora was getrouwd met Jozef Engelander; hun tweelingdochters Sonja en Betty verbleven tijdens de oorlog in Heerlen. Jozef en Flora raakten gescheiden in hun vlucht: Jozef belandde uiteindelijk in Warten en sloot zich aan bij het verzet, Flora vond een schuilplaats op de afgelegen boerderij Cuba. De boerderij bleek op dat moment een schuilplek voor zeker zeven onderduikers. Hoewel de boer Herman Dijkstra het bestaan van Flora voor zijn vrouw verborg, werkte zij hard mee op het erf, zo reconstrueerde Elgersma.
In haar zoektocht naar haar kinderen nam Jozef een groot risico en reisde terug richting Heerlen; bij Zutphen werd hij opgepakt en in Amsterdam gevangen gezet. Kort daarna werden Sonja en Betty bij een razzia in Heerlen gevangen genomen. Archiefonderzoek van Elgersma bracht naar voren dat de meisjes en Jozef op 25 januari 1944 vanuit Kamp Westerbork naar Auschwitz werden getransporteerd en daar bij aankomst vermoord werden. Flora bleef lange tijd in onzekerheid en hoorde pas in 1949 het definitieve lot van haar man en dochters. Van haar familie overleefde alleen haar broer de oorlog.
Tijdens de onderduik raakte Flora zwanger van een boerenzoon van boerderij Cuba; na de bevrijding werd ze door Dijkstra uit huis gezet, maar hij zorgde later wel financieel voor haar en kocht een woning in Grou. Haar eerstgeborene noemde ze Jozephina Sonja Betty — een duidelijke verwijzing naar de verloren tweeling. Later kreeg ze nog een dochter, Geertje, bij een Friese man, bekeerde zich tot de Nederlands Hervormde kerk en keerde niet terug naar Amsterdam.
Elgersma beschouwt zijn boek als eerbetoon aan Flora en aan de vele vrouwen wier oorlogslijden vaak minder aandacht kreeg. De presentatie van de roman vindt plaats op 4 mei om 19.00 uur in de Agnestsjerke in Earnewâld; de uiteindelijke titel maakt hij dan bekend. Joosje en Geertje hebben hun instemming gegeven voor het vertellen van hun moeders levensverhaal.