Filiaalleider hield uren niet goed bij, maar krijgt loon alsnog van familiebedrijf Kooistra Kleding
In dit artikel:
Een filiaalleider van het familiebedrijf Kooistra Kleding heeft bij de kantonrechter gelijk gekregen in een geschil over achterstallig salaris. De vrouw werkte sinds 2013 in de winkel in Dokkum; de eigenaren zijn haar ooms, Jan en Heerko Sienema. Volgens de werkgever verscheen zij vaak niet op haar rooster en toonde de urenadministratie dat ze slechts zo’n 20 uur per week werkte, terwijl zij maandelijks voor 100 uur werd betaald. Sinds juli 2025 werd haar salaris vervolgens niet meer uitbetaald; na aanmaningen kreeg ze wel voorschotten van ruim 3.700 euro.
De filiaalleider betoogde dat zij werkzaamheden vanuit huis verrichtte — zoals social media, inkoop en uitverkoop — omdat er in Dokkum geen geschikte werkplek met computer was. Die thuisuren hield ze niet bij. Pas in het voorjaar van 2025 werd haar gevraagd de uren te registreren; haar directe leidinggevende, haar vader, had haar volgens de rechter zelfs verteld dat ze iets mocht invullen zodat er tenminste een registratie was. Kooistra Kleding stelde dat de urenadministratie onjuist was en verrekende daardoor vermeende minuren met het nog verschuldigde loon.
De kantonrechter oordeelde dat niet vaststaat dat de filiaalleider structureel te weinig uren maakte, temeer daar er jarenlang geen strikte registratie was vereist en het bedrijf niet betwistte dat bepaalde taken niet in de winkel zelf konden worden gedaan. De rechter acht het aannemelijk dat zij ten minste de overeengekomen 100 uur per maand werkte en vond dat Kooistra Kleding onterecht met minuren had mogen verrekenen. Omdat de loonbetalingen onterecht waren stilgelegd, legde de rechter bovenop het achterstallige salaris een boete van 50 procent voor te late betaling. Daarnaast moet het bedrijf ruim 1.400 euro aan proceskosten vergoeden en het achterstallige loon betalen vanaf juli 2025 tot 23 februari van het betreffende jaar — de datum waarop de winkels zijn overgenomen door Naura Groep.
De overname brengt de winkels in Winschoten, Drachten en Surhuisterveen onder het merk Van Uffelen Mode; de vestiging in Dokkum sluit definitief. De zaak was emotioneel beladen omdat de medewerker procedeerde tegen familieleden: haar moeder was aandeelhouder en haar vader haar leidinggevende. De advocaat van de filiaalleider noemde de uitspraak een erkenning en benadrukte dat het een principiële stap was om het geschil niet binnenshuis te regelen.