Fenix-festival: een orkest in Disney-sferen, chaos in het Stellingwerfs en gefluister in het Fries
In dit artikel:
Het Fenix-festival in popcentrum Neushoorn in Leeuwarden toonde recent de breedte van opkomend Friese muziektalent: van intieme singer-songwriterprojecten tot luidruchtige rock- en metalacts. Centraal stond Moonloops, het project van Sarah Dekker, die haar slaapkamermateriaal tot leven bracht met een speciaal voor het festival opgebouwd ensemble — het voltallige Frysk Jeugd Orkest — en arrangementen van partner en producer Bo Boer, onder leiding van dirigent Douwe Nauta. Wat ooit solo en kwetsbaar ontstond, klonk nu rijker door orkestratie, waarbij kleine imperfecties juist bijdroegen aan de charme van het eenmalige optreden.
Het programma sprong schakeringen van geluid aan: hiphopcollectief Nul5achtung leverde beats met ervaren namen als Kuo Weh Ho en Poelier, al liet een haperende beat horen dat live-experimenten soms onvoorspelbaar zijn. Yusuf Kemal Özturk (uit Heerenveen) trad niet meer als bescheiden kamerproject op maar met zijn band Zergüzeşt, die postrock- en noise-invloeden in lange, serieuze composities giet en zijn biculturele achtergrond muzikaal verwerkt.
Zowel lichte pop als theatrale en rauwe stijlen kwamen voorbij: Captain J. Wright bracht zonnige pop, Drôvich combineerde black metal met monniksachtige theatrale aankleding, Asbest roteerde een chaotische boer’nrock in Stellingwerfs, en Seewolf uit Het Bildt leverde gelaagde sets. In het kleine bovenzaaltje maakte Immen (Clasine Haringsma) indruk met liedjes van haar debuut Nimmen; vooral wanneer ze in het Fries zingt, werkt haar fluisterende, ingetogen stijl met subtiele elektronica bijzonder ontroerend.
Het festival liet zien dat Friese pop en aanverwante genres alle richtingen op kunnen gaan: soms groots en gearrangeerd, soms minimalistisch en intiem. Juist die overgangsstadia en kleine onvolmaaktheden benadrukken het bestaan van talent in ontwikkeling en geven het festival zijn eigen, bruisende dynamiek.