Femke Wiersma blikt terug op 'intens' ministerschap. 'Wat my rekket is it fertrouwen dat ik krigen ha fan boeren'
In dit artikel:
Femke Wiersma, anderhalf jaar geleden als BBB-minister van Landbouw aangetreden om de stikstofimpasse te doorbreken, zette in op een andere aanpak: tegelijk minder uitstoot en minder regeldruk voor boeren en bouwers. Ze werkte aan wetgeving die de rekenkundige ondergrens zou verhogen (onder die limiet is geen vergunning nodig), stapsgewijs van generieke neerslagsturing naar emissiegerichte doelsturing op bedrijfsniveau zou overstappen en het vergunningstelsel zou vereenvoudigen. Doelsturing moet boeren meer zeggenschap geven over hoe zij hun reductiedoelen halen; vrijwillige stoppersregelingen en investeringen in stalinnovaties en precisietechnieken (sensortechnologie, drones en AI) horen daarbij om de uitstoot te beperken.
De doorbraak werd bemoeilijkt door een december 2024-uitspraak van de Raad van State over intern salderen, die de juridische ruimte voor maatregelen verkleinde en de onzekerheid vergrootte. Critici — van natuurorganisaties tot werkgeversverenigingen als VNO-NCW en Bouwend Nederland, en volgens reconstructies ook binnen LTO — stelden dat het onduidelijk is of de voorgestelde maatregelen voldoende en juridisch waarborgen bieden voor natuurherstel. Daardoor bestaat het risico dat maatregelen door rechters worden teruggedraaid op grond van Europese regels die verslechtering van de natuur verbieden.
Wiersma weerlegt die kritiek: ze zegt vertrouwen te hebben in het instrumentarium, en benadrukt dat bijvoorbeeld het systeem van extra fosfaat- of dierrechten, gekoppeld aan een landelijk plafond, netto tot uitstootdaling leidt als boeren hun doelen niet halen. Ze wil die werking vastleggen in een expliciete doelsturingswet. Technologische ontwikkelingen, stelt ze, maken fijnmazigere beheersing van emissies mogelijk en kunnen middelen als gewasbescherming en kunstmest terugdringen.
In Brussel voerde Wiersma fel verweer voor het behoud van de derogatie — de Nederlandse uitzondering om meer mest per hectare te mogen uitrijden — ondanks zorgen over waterkwaliteit. Haar inzet: met randvoorwaarden (zoals minimaal 80% grasland) is beleid met extra mest in combinatie met goede waterkwaliteit te verenigen; zonder derogatie zou volgens haar de verschuiving naar kunstmest en naar meer bouwland waterkwaliteit mogelijk schaden.
Politiek kreeg Wiersma niet de tijd om haar plannen volledig te realiseren: het kabinet viel binnen een jaar, waardoor veel wetsvoorstellen nog in de pijplijn zitten. Ze verlaat het ministerie voor een Kamerzetel namens BBB. Ze neemt mee dat ze vertrouwen van boeren heeft gewonnen en hoopt dat haar koers — vooral doelsturing en verhoging van de rekenkundige ondergrens — door het nieuwe kabinet grotendeels wordt voortgezet.