Femke Wiersma blikt terug op 'intens' ministerschap: is de weg uit de stikstofimpasse ingezet?
In dit artikel:
Femke Wiersma, die anderhalf jaar geleden namens BBB minister van Landbouw werd met de opdracht de stikstofstilstand te doorbreken, hield vast aan twee gelijktijdige lijnen: nieuwe wetgeving om ruimte te geven aan boeren, de bouw en bedrijven, en tegelijk echte vermindering van stikstofuitstoot. Tijdens een kort werkbezoek aan boer Roorda in Wytgaard lichtte ze haar aanpak toe: de zogeheten rekenkundige ondergrens omhoog brengen (emissies onder die grens hoeven geen vergunning), en overschakelen van algemene sturing op neerslag naar doelsturing op bedrijfsniveau — boeren krijgen zo zelf meer vat op hun uitstoot.
Praktische maatregelen omvatten vereenvoudiging van vergunningprocedures, een vrijwillige stoppersregeling en investeringen in stalinnovaties. Wiersma rekent erop dat als een boer in 2035 zijn reductiedoel niet haalt, hij voor het recht hetzelfde aantal dieren te houden extra fosfaat- of dierrechten moet kopen. Omdat er een landelijk plafond op die rechten komt te liggen, leidt dat volgens haar tot een netto daling van de uitstoot. Ze wil die constructie juridisch vastleggen in een ‘doelsturingswet’ om toetsing door rechters te doorstaan.
De uitvoering werd bemoeilijkt door een uitspraak van de Raad van State in december 2024 over intern salderen, die de impasse verdiept en twijfels deed toenemen over de houdbaarheid van Wiersma’s plannen. Critici — van natuurbeschermers tot werkgeversorganisatie VNO-NCW, Bouwend Nederland en volgens reconstructies ook LTO-voorman Ger Koopmans — betwijfelden of de voorgestelde maatregelen genoeg zekerheid bieden voor het wettelijk vereiste natuurherstel. Een Ministeriële Commissie werd ingesteld om een doorbraak te forceren.
Wiersma verdedigt haar koers: ze heeft vertrouwen dat doelsturing met moderne technieken werkt. Met sensoren, drones en AI, stelt ze, kan boeren op microniveau sturen: meten wat daadwerkelijk in water terechtkomt, schimmels en vraat op plantniveau bestrijden en zo middelengebruik en emissies terugdringen. In Brussel vocht ze bovendien voor behoud van de derogatie (meer mest uitrijden per hectare dan elders in de EU), omdat zij vreest dat het schrappen daarvan tot meer kunstmestgebruik en verlies van grasland leidt — met zulke effecten op waterkwaliteit die niet per se beter hoeven uit te pakken.
Persoonlijk zegt Wiersma waardering te hebben voor het herwonnen vertrouwen van boeren na gesprekken aan de keukentafel. Door het demissionair worden van het kabinet kon ze haar plannen onvoldoende uitbouwen; haar wetsvoorstellen zitten nog in de pijplijn. Ze stapt over naar de Tweede Kamer, waar ze onder meer wil blijven opkomen voor achtergestelde groepen. Volgens haar houdt het nieuwe kabinet de door haar ingezette koers in grote lijnen aan, mits juridische houdbaarheid gegarandeerd is.