Expert over binnenvaartregels na dodelijk ongeval Warten. 'Een dode hoek hebben, is normaal'
In dit artikel:
Maandagmiddag botste het 86 meter lange binnenvaartschip Spes‑Vera in het Prinses Margrietkanaal bij de Fonejachtbrug (tussen Warten en Garyp) op een klein plezierbootje. Het jacht zonk; de twee opvarenden, een Duitse vrouw (69) en man (76), werden met spoed naar het ziekenhuis gebracht. De vrouw overleed later. De politie doet onderzoek naar de oorzaak van de aanvaring.
Oud‑directeur van de Maritieme Academie Harlingen, Arjen Mintjes, kan niets zeggen over de concrete zaak maar licht de algemene spelregels op het water toe. Volgens hem geldt in de praktijk: “klein moet wijken voor groot” en vaart men zoveel mogelijk aan de rechterkant. Grote schepen moeten bij inhalen (in de scheepvaart: ophalen) zorgvuldig beoordelen of er voldoende ruimte is; ze kunnen niet zomaar op korte afstand tot stilstand komen. Een schip heeft ongeveer een hele scheepslengte nodig om tot stilstand te komen — bij een vaartuig van 60 meter betekent dat al tientallen meters extra.
Of een schip geladen is maakt uit: een zwaar beladen schip remt nog lastiger. Een leeg schip heeft weer andere risico’s: wind kan het zijwaarts doen draaien, waardoor het zicht vanuit de stuurhut afneemt en een grotere dode hoek ontstaat. Mintjes noemt die dode hoek normaal, maar wijst erop dat die niet groter mag zijn dan 300 meter. Camera’s of radar kunnen het zicht verbeteren, maar zijn niet verplicht; dus een dode hoek is toegestaan.
Mintjes benadrukt dat van zowel schipper van het grote als het kleine vaartuig mag worden verwacht dat zij op de hoogte zijn van deze regels en rekening houden met elkaar. De Fonejachtbrug beschouwt hij niet als een bijzonder gevaarlijke locatie in het kanaal; plaatsen waar veel jachten het kanaal oversteken (zoals de Kruiswaters richting Earnewâld) brengen doorgaans meer risico’s met zich mee.